Verslag van de uitreiking van Meesterverteller, op 9 februari 2016.

‘Zet door, geef niet op! Het is hartstikke goed werk wat jullie doen!’ Met deze woorden richt journaliste Margalith Kleijwegt zich tot de eregasten in de zaal van het Amsterdamse Universiteitstheater. Kleijwegt overdrijft allerminst, want de personen die ze aanspreekt worden stuk voor stuk beschouwd als meestervertellers. Hun vrolijke, ontroerende of confronterende verhalen behoren dan ook tot de beste journalistieke producties van het afgelopen jaar.

Door Joris van Venrooij. Foto’s Fleur Born

Fotograaf: Fleur Born

De meestervertellers
Fotograaf: Fleur Born

 

In de derde editie van het Jaarboek van de stichting Verhalende Journalistiek, waarvan de presentatie de Dag van het Grote Verhaal afsluit, staan elf unieke producties voor geschreven, audiovisuele en online media. Samen met drie andere hoofdredacteuren selecteerde Henk Bas deze producties voor het Jaarboek, uit meer dan 200 Nederlandse en Vlaamse inzendingen. Bas: ‘Er is een aantal verschillen ten opzichte van vorig jaar. Toen waren er veel verhalen waarin de verteller nadrukkelijk een rol speelde. Die was dit jaar veel minder zichtbaar. De verteller bleef op de achtergrond en verkende een nieuwe wereld voor de lezer, luisteraar of kijker, met eigen wetten en regels.’

De verhalen in het Jaarboek, dat vanaf dit jaar de titel ‘Meestervertellers’ draagt, worden per categorie aan het publiek gepresenteerd. In de eerste categorie, de tijdschriftproducties, zijn artikelen terug te vinden die onder andere verschenen in de Belgische publicaties Humo en Bahamontes. Paul Teunissen is de enige Nederlander die in deze categorie in het Jaarboek staat, met zijn artikel ‘Waar was Joske gebleven?’ voor Vrij Nederland.

Fotograaf: Fleur Born

Paul Teunissen. Fotograaf: Fleur Born

Fotograaf: Floor Born

Freek Schravesande. Fotograaf: Floor Born

 

 

 

 

 

 

 

Geheimzinnige verteller

Op het podium legt Teunissen uit waarom hij besloot deze reconstructie te maken. ‘Het gaat over vier personen die een avondje uitgaan en dan met auto en al verdwijnen. De auto werd pas 16 jaar later teruggevonden. Zulk nieuws wordt altijd sensationeel gebracht en de huilende familie wordt daarbij even getoond, maar je weet niet wat zo’n familie al die jaren heeft doorgemaakt. Daarom koos ik ervoor om de broer van Jos Mahler, een van de personen in de auto, de hoofdpersoon van mijn verhaal te maken. Hij moest immers met de verdwijning van zijn broer leven.’

Veruit de meest geheimzinnige verteller van de avond is een Afghaans-Nederlandse journalist, die onder het pseudoniem Hassan het verhaal ‘Hoe ik in een laadruim naar Engeland belandde’ voor de Volkskrant schreef. Hiermee wilde Hassan het leven van de mensen in de Jungle (het vluchtelingenkamp bij Calais) beschrijven en deed zich daarom voor als vluchteling die naar Engeland wilde vluchten. Mede om die reden wenst Hassan anoniem te blijven, zo vertelt hij in een vooraf opgenomen toelichting bij filmbeelden van de Jungle.

De enige andere krantenproductie die is geselecteerd, is ‘Crow Control’ uit NRC.next. Schrijver Freek Schravesande, die ook in de eerste editie van het Jaarboek stond, beschrijft hierin een jager die de opdracht had om 27 kraaien in een woonwijk te doden. Schravesande: ‘Die man was superfanatiek, het was dezelfde jager die ook de Domino Day-mus doodschoot. Alleen bleken die kraaien heel slim te zijn en kwam de buurt in verzet. Alles in dit verhaal viel perfect op zijn plek: zo gingen de kraaien op een gegeven moment in de tuin van de grootste vogelactivist van de wijk zitten. Die ging vervolgens elke dag patrouilleren om de jager te stangen.’

Geluid is niet dood

Van Joris Vergeyle en Laura Stek werden respectievelijk de radioverhalen ‘In de voetsporen van Vincent van Gogh’ en ‘Madgermanes’ opgenomen in het Jaarboek. Al zegt Stek, die voor haar productie onderzoek deed naar Mozambikaanse gastarbeiders in de DDR tijdens de jaren ’80, de term ‘audiomaker’ boven ‘radiomaker’ te verkiezen: ‘Geluid is niet dood, radio binnenkort misschien wel. Je ziet bijvoorbeeld in Amerika dat podcasts heel populair worden, wij lopen daar in Nederland toch een beetje mee achter.’

Op het gebied van online verhalen gooide vooral ‘Langs het front tegen IS’ van reporter Rudi Vranckx hoge ogen, vooral door de interactieve manier waarop teksten in filmfragmenten overgingen. Regisseur Mark de Visscher: ‘We zijn op zoek geweest naar een kruisbestuiving tussen geschreven teksten en tv. Dit verhaal was ook op tv te zien, maar in een andere vorm. Ons doel was om op een nieuwe manier een verhaal te vertellen.’ Webredacteur Anneleen Ophoff beaamt dat: ‘Uiteindelijk wilden we de diverse lagen van het onderwerp tonen.’

Tinder-verslaving

Ook het webartikel ‘Uitgeveegd: hoe ik aan Tinder verslaafd raakte’, dat Philippus Zandstra voor Fosfor produceerde, maakt deel uit van het Jaarboek. ‘Ik werd vorig jaar benaderd door de Belgische krant Het Laatste Nieuws,’ aldus Zandstra. ‘Die heeft een traditie van zomerreportages en daarvoor leek het de redactie wel leuk om mij door Europa te laten reizen terwijl ik constant Tinder zou gebruiken. Tijdens de reis voelde ik me alleen ongelofelijk eenzaam: terwijl er buiten van alles gebeurde, zat ik binnen in mijn eentje te chatten met iemand om te kijken of ik de volgende dag met haar kon afspreken. Die extra laag zorgde er wel voor dat ik er een langer verhaal van kon maken.’ Inmiddels is Zandstra van zijn Tinderverslaving af: ‘Ik ben al heel erg afgekickt, na dit verhaal ben ik cold turkey gegaan wat Tinder betreft.’

De laatste categorie, die van de tv-producties, bestaat uit twee documentaires. Joost van der Valk en de Britse Mags Gavan maakten Satudarah – One Blood voor de NTR, waarvoor het tweetal diverse leden van de motorclub volgde. Dat was vooral een kwestie van geduld, aldus Gavan: ‘We konden geaccepteerd worden door veel tijd met hen door te brengen. Ze waren heel aardig, eigenlijk gebeurde er niet heel veel bij hen.’ ‘Al zien ze je nooit helemaal als vlieg aan de muur,’ voegt Van der Valk toe, ‘dus sommige dingen krijg je gewoon niet te zien.’

EO-documentaire Koppig Dorp, gemaakt door Jaap van ’t Kruis en Marco Nauta, is de afsluiter van de avond. In deze documentaire over het Groningse krimpdorp Ulrum hebben de makers een prominente rol toebedeeld aan Marcel Vogelzang van de plaatselijke Spar. De uitdagingen waar deze winkel voor staat, vormen een belangrijke verhaallijn in de documentaire. Vogelzang zelf is ook aanwezig en verklaart op het podium dat zijn supermarkt in juni 2015 gesloten is. Toch slaagt hij erin de presentatie een positief einde te geven: ‘Ik heb inmiddels een nieuwe winkel. Ja, ook een Spar!’

Jaap van ’t Kruis en Marco Nauta. Fotograaf: Fleur Born

Jaap van ’t Kruis en Marco Nauta. Fotograaf: Fleur Born


Bekijk hier ‘Meestervertellers, de beste verhalende journalistiek van 2015’.