Mouataz, mijn fixer in Irak, is niet enthousiast als ik hem vertel over mijn plan: meerijden op de laatste trein in Irak. Die trein vertrekt elke avond om halfzeven vanaf het Centraal Station in de hoofdstad Bagdad naar de zuidelijke havenstad Basra, een nachtelijke rit van bijna elf uur, dwars door het door oorlog en terreur geteisterde land.

Met de trein naar Basra? Onzin, vindt Mouataz. Laten we vliegen, of met de auto. Dat gaat sneller en is maar een beetje duurder.

Toch wil ik met de trein. De laatste trein die in Irak rijdt, de voormalige Basra Express, is niet zomaar een vervoersmiddel, maar volgt het tracé van een legendarische spoorlijn: de Berlin-Bagdad Bahn, die eigenlijk van Hamburg naar Basra loopt en waarover een plank vol historische boeken is geschreven.

Die nu bijna vergeten spoorlijn was een eeuw geleden cruciaal bij het  ontstaan van het huidige Midden-Oosten. De trein vormt een fantastisch vehikel voor het verhaal dat ik wil vertellen: in 2016 was het honderd jaar geleden dat Frankrijk en Engeland het Sykes-Picot akkoord sloten, de omstreden koloniale boedelscheiding van het Midden-Oosten die uiteindelijk leidde tot het kunstmatig creëren van Irak. Niet toevallig speelt deze spoorlijn in dat akkoord een grote rol.

Natuurlijk zou ik een historische analyse kunnen schrijven over een eeuw Sykes-Picot. Maar de lezers van de Volkskrant zitten bij hun ontbijt vast niet te wachten op zo’n saai verhaal. Nee, dan liever een reportage vanaf de trein van Bagdad naar Basra, rail away door een uit elkaar vallend land. Mijn geschiedenisles over Sykes-Picot kan ik dan verpakken tussen de regels door.

Zo stappen we op maandag 17 mei 2016, een snikhete dag met doorlopend aanslagen in Bagdad, aan boord van de Basra Express. Op het station van Bagdad, waar we eerder al een dag zijn geweest, waren ze aanvankelijk verbaasd dat een westerse journalist mee wil rijden. Dat is al lang niet meer gebeurd.

Is het niet vragen om moeilijkheden, een nachtelijke rit met een trein die soms maar 15 kilometer per uur rijdt door een van de gevaarlijkste landen ter wereld? In onveilige gebieden verplaats ik me normaal in een auto met een betrouwbare chauffeur. Niet in een lokale taxi en zeker niet in een stapvoets rijdende trein.

img_0878Met de trein! Mijn chauffeur, die ons uitzwaait op het perron, kan er niet over uit. Hij had ons toch ook kunnen brengen?

Om mij niet helemaal aan het lot over te laten, wordt dit ook een lange nacht voor de chef buitenland van de Volkskrant. Na afloop van zijn gewone werkdag zit hij tot in de kleine uurtjes aan zijn beeldscherm gekluisterd, om te kijken of de stip van mijn gps-tracker zich blijft voortbewegen over het spoor richting Basra.

Kort na vertrek nodigt een van de machinisten, Yas Khoudar, een man met een kapot gebit, ons uit in de machinistencabine. Aanvankelijk voel ik daar weinig voor. Ik wil liever praten met passagiers. In zo’n machinistencabine zitten we straks opgescheept met bureaucratische Iraakse ambtenaren.

Uit beleefdheid ga ik toch. Dat blijkt puur verslaggevergeluk. De machinistencabine blijkt een snelkookpan, waar op dat moment strijd wordt geleverd met een verdachte auto pal langs het spoor. De machinisten vertrouwen het niet. Ze hebben maar één wapen: hun toeter.

‘Geweldig verhaal in machinistencabine,’ whatsapp ik om 1 uur 17 ’s nachts aan de chef buitenland, die immers toch nog wakker is. ‘Drie machinisten. Denken alle drie verschillend over toekomst Irak. Eén van hen is Koerd en wil onmiddellijke afscheiding. De trein naar Basra is voor  hem een gruwel.’

Terwijl de trein voort tuft door het zuiden van Irak – met bij elk station een antiek seinsysteem, waarbij ik mijn ogen bijna niet geloof – weet ik al dat ik de scène met de auto op het spoor waarschijnlijk als opening van mijn verhaal zal gebruiken.

Om een spanningsboog te creëren, zal ik in die scène later een stevige knip zetten, zodat ik ook Sykes-Picot bij mijn lezers naar binnen gelepeld krijg. Vlak voordat we het straatarme Basra binnenrijden, volstrekt zich een bijna-aanrijding met een koe, waarbij ik woordelijk de dialoog opschrijf tussen Raed en zijn collega Qassim: de ene vindt dat koeien zoals auto’s zijn – gewoon doorrijden dus – de andere wil met koeien praten.

De volgende dag, in ons hotel in Basra, begin ik te schrijven. Mijn hoofdpersoon wordt Raed, de ietwat verontwaardigde Koerdische machinist: hij is het meest uitgesproken van het drietal. Waar Raed en Qassim zich meer op de vlakte houden, zegt hij fantastische dingen als: ‘Stations zijn voor ons een beetje zoals de vijand.’

Mijn fixer Mouataz hoopt nooit meer een nacht door te halen op het traject Bagdad-Basra.

Naar het verhaal van deze makerTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Nachttrein naar Basra

Uit het kolossale station van Bagdad vertrekt dagelijks nog maar één trein. Ana van Es stapte in de Basra Express, die wagonladingen geschiedenis achter zich aansleept.


Door: Ana van Es

Categorie: Lezen

de Volkskrant

Read More