Spannend was het wel

Het is november 2012. De laatste Gaza-oorlog is net beëindigd. Correspondent Laurens Samsom reist door de strook land tussen Israël en Egypte, dat twee keer zo groot is als Texel. Als hij bij toeval op het kleine voetbalelftal Beach Camp stuit, weet hij het meteen: hier zit een verhaal in. Een documentaire over het dagelijkse leven in Gaza. Eén die een ander beeld laat zien dan de gebruikelijke nieuwsberichten over ellende, geweld en chaos, maar die gaat over dromen die worden nagejaagd als wapens zwijgen.

Diezelfde avond belt Samsom met oud-studiegenoot en documentairemaker Frederick Mansell om hem het idee voor te leggen. Mansell is meteen enthousiast. “Er zijn in Nederland twee plekken waar je alle soorten mensen kan tegenkomen: bij de Ikea en rondom het voetbalveld”, aldus Mansell, die zelf speelt bij de Haagse voetbalclub HVV. Uitgangspunt is dat het geen verhaal moet worden over voetbal, maar over de levens die op het veld samenkomen. Het is het begin van een avontuur dat drie jaar zou duren, en waarvoor beide makers vier keer twee weken in Gaza verblijven.

Het eindresultaat is een meeslepende documentaire voor televisie, met extra verhalenlijnen online. Binnen de tijdspanne van één voetbalseizoen worden verschillende spelers op en buiten het veld gevolgd. Ieder personage heeft daarbij een droom die relateert aan een thema, zoals armoede, religie, de wens om te emigreren of geweld. “Als we in Gaza waren vroegen we steeds wat iemand de komende twee weken ging doen. We zochten steeds naar iets wat op het spel stond”, zegt Samsom.

img_7484De makers komen bovendien ongebruikelijk dichtbij. Om dit te bereiken draaien ze niet met een grote cameraploeg, maar met zijn tweeën. Het leidt ertoe dat ze een intiem bruiloftsritueel filmen onder de douche, maar ook de voetbalvrouwen in en buiten het huis filmen. “Iets dat in de Arabische cultuur absoluut niet vanzelfsprekend is”, vertelt Mansell. Tegen de achtergrond van een team dat bijna degradeert, tonen de makers zo hoe het de spelers en hun dromen vergaat. Daarbij kiezen ze voor een fly-on-the-wall perspectief, waarbij de makers geen commentaar geven. Samsom: “Er zijn al zoveel meningen over het conflict, we wilde het rauwe dagelijkse bestaan tonen zonder positie te kiezen.”  
Het geheel wordt in de montage soepel samengesmeed door editor Floor Rodenburg. Vooral het openingsshot is adembenemend. Tijdens een vogelvlucht over het voormalige vluchtelingenkamp, waar de grijze huisjes naast de zee tot aan de horizon tegen elkaar aan zijn gebouwd, doemt plots een groen voetbalveld op. Onder luid gejuich rennen de spelers het veld op. Het is een beeld dat normaal alleen straaljagerpiloten van het Israëlische leger zien, omdat drones in Gaza verboden zijn. “Hoe wij die naar binnen hebben gekregen vertellen wij niet, maar spannend was het wel”, zegt een lachende Mansell.

Naar het verhaal van deze makersTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze makers

Team Gaza

Vijf spelers van een voetbalteam en een journaliste. Een seizoen lang. In Gaza. Een hermetische afgesloten strook land tussen het puin, waar de oorlog ieder moment opnieuw vlam kan vatten.


Door: Laurens Samsom & Frederick Mansell

Categorie: Klikken

BNN-VARA

Read More


Puur verslaggevergeluk

Mouataz, mijn fixer in Irak, is niet enthousiast als ik hem vertel over mijn plan: meerijden op de laatste trein in Irak. Die trein vertrekt elke avond om halfzeven vanaf het Centraal Station in de hoofdstad Bagdad naar de zuidelijke havenstad Basra, een nachtelijke rit van bijna elf uur, dwars door het door oorlog en terreur geteisterde land.

Met de trein naar Basra? Onzin, vindt Mouataz. Laten we vliegen, of met de auto. Dat gaat sneller en is maar een beetje duurder.

Toch wil ik met de trein. De laatste trein die in Irak rijdt, de voormalige Basra Express, is niet zomaar een vervoersmiddel, maar volgt het tracé van een legendarische spoorlijn: de Berlin-Bagdad Bahn, die eigenlijk van Hamburg naar Basra loopt en waarover een plank vol historische boeken is geschreven.

Die nu bijna vergeten spoorlijn was een eeuw geleden cruciaal bij het  ontstaan van het huidige Midden-Oosten. De trein vormt een fantastisch vehikel voor het verhaal dat ik wil vertellen: in 2016 was het honderd jaar geleden dat Frankrijk en Engeland het Sykes-Picot akkoord sloten, de omstreden koloniale boedelscheiding van het Midden-Oosten die uiteindelijk leidde tot het kunstmatig creëren van Irak. Niet toevallig speelt deze spoorlijn in dat akkoord een grote rol.

Natuurlijk zou ik een historische analyse kunnen schrijven over een eeuw Sykes-Picot. Maar de lezers van de Volkskrant zitten bij hun ontbijt vast niet te wachten op zo’n saai verhaal. Nee, dan liever een reportage vanaf de trein van Bagdad naar Basra, rail away door een uit elkaar vallend land. Mijn geschiedenisles over Sykes-Picot kan ik dan verpakken tussen de regels door.

Zo stappen we op maandag 17 mei 2016, een snikhete dag met doorlopend aanslagen in Bagdad, aan boord van de Basra Express. Op het station van Bagdad, waar we eerder al een dag zijn geweest, waren ze aanvankelijk verbaasd dat een westerse journalist mee wil rijden. Dat is al lang niet meer gebeurd.

Is het niet vragen om moeilijkheden, een nachtelijke rit met een trein die soms maar 15 kilometer per uur rijdt door een van de gevaarlijkste landen ter wereld? In onveilige gebieden verplaats ik me normaal in een auto met een betrouwbare chauffeur. Niet in een lokale taxi en zeker niet in een stapvoets rijdende trein.

img_0878Met de trein! Mijn chauffeur, die ons uitzwaait op het perron, kan er niet over uit. Hij had ons toch ook kunnen brengen?

Om mij niet helemaal aan het lot over te laten, wordt dit ook een lange nacht voor de chef buitenland van de Volkskrant. Na afloop van zijn gewone werkdag zit hij tot in de kleine uurtjes aan zijn beeldscherm gekluisterd, om te kijken of de stip van mijn gps-tracker zich blijft voortbewegen over het spoor richting Basra.

Kort na vertrek nodigt een van de machinisten, Yas Khoudar, een man met een kapot gebit, ons uit in de machinistencabine. Aanvankelijk voel ik daar weinig voor. Ik wil liever praten met passagiers. In zo’n machinistencabine zitten we straks opgescheept met bureaucratische Iraakse ambtenaren.

Uit beleefdheid ga ik toch. Dat blijkt puur verslaggevergeluk. De machinistencabine blijkt een snelkookpan, waar op dat moment strijd wordt geleverd met een verdachte auto pal langs het spoor. De machinisten vertrouwen het niet. Ze hebben maar één wapen: hun toeter.

‘Geweldig verhaal in machinistencabine,’ whatsapp ik om 1 uur 17 ’s nachts aan de chef buitenland, die immers toch nog wakker is. ‘Drie machinisten. Denken alle drie verschillend over toekomst Irak. Eén van hen is Koerd en wil onmiddellijke afscheiding. De trein naar Basra is voor  hem een gruwel.’

Terwijl de trein voort tuft door het zuiden van Irak – met bij elk station een antiek seinsysteem, waarbij ik mijn ogen bijna niet geloof – weet ik al dat ik de scène met de auto op het spoor waarschijnlijk als opening van mijn verhaal zal gebruiken.

Om een spanningsboog te creëren, zal ik in die scène later een stevige knip zetten, zodat ik ook Sykes-Picot bij mijn lezers naar binnen gelepeld krijg. Vlak voordat we het straatarme Basra binnenrijden, volstrekt zich een bijna-aanrijding met een koe, waarbij ik woordelijk de dialoog opschrijf tussen Raed en zijn collega Qassim: de ene vindt dat koeien zoals auto’s zijn – gewoon doorrijden dus – de andere wil met koeien praten.

De volgende dag, in ons hotel in Basra, begin ik te schrijven. Mijn hoofdpersoon wordt Raed, de ietwat verontwaardigde Koerdische machinist: hij is het meest uitgesproken van het drietal. Waar Raed en Qassim zich meer op de vlakte houden, zegt hij fantastische dingen als: ‘Stations zijn voor ons een beetje zoals de vijand.’

Mijn fixer Mouataz hoopt nooit meer een nacht door te halen op het traject Bagdad-Basra.

Naar het verhaal van deze makerTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Nachttrein naar Basra

Uit het kolossale station van Bagdad vertrekt dagelijks nog maar één trein. Ana van Es stapte in de Basra Express, die wagonladingen geschiedenis achter zich aansleept.


Door: Ana van Es

Categorie: Lezen

de Volkskrant

Read More


Vooral de structuur van het verhaal hield me wakker

Klimmers waarschuwen: als je de top bereikt hebt, ben je pas halverwege. Iets dergelijks geldt voor schrijven. Dat leerde ik toen ik werkte aan de verhalen die ik schreef over Eric Arnold.

Het nieuws over zijn dood op de flanken van Mount Everest bereikte me op een zaterdagochtend. Ik had weekenddienst bij de Volkskrant, er was weinig ander binnenlands nieuws en ik vroeg de weekendchef of ik een reconstructie mocht maken. Dat leek hem een goed plan.

Zondagavond – na twee lange dagen – leverde ik het verhaal in. Het ging over een klimmer die zich in zijn jeugd al had voorgenomen de hoogste berg van de wereld te beklimmen en nu – na vier gestrande pogingen – écht de top wilde halen. Ik had me gebaseerd op de karige informatie die over de fatale tocht bekend was, maar vooral op oude interviews en een gesprek met bergbeklimmer Katja Staartjes, die zelf op de top had gestaan. De familie en de Nederlandse leider van de expeditie had ik niet te pakken gekregen.

Het resultaat stemde me tevreden. Ik had er met het beschikbare materiaal een verhaal van tweeduizend woorden met een mooie spanningsboog en fijne details uit weten te persen. Dat was me nooit eerder in zo’n korte tijd gelukt.

Ik kreeg complimenten voor het verhaal, maar iets zat me dwars. Want wat was er nou werkelijk op die berg gebeurd? Ik wist het nog steeds niet.
En dus stuurde ik twee weken na mijn eerste mails een nieuw bericht aan de expeditieleider. Ik schreef dat ik me goed kon voorstellen dat hij destijds geen trek had gehad om te antwoorden. Dat ik graag alsnog zijn verhaal wilde optekenen. Dat ik geen haast had. En dat ik het snapte als hij niet wilde meewerken. Je moest nooit iemand onder druk zetten, wist ik. Je moest iemand zijn eigen moment laten kiezen om zijn verhaal te vertellen.

Arnold Coster mailde snel terug. Hij was nog heel even in Nederland, ik kon hem bellen zodra hij weer thuis in Kathmandu was. ‘Weinig mensen begrijpen hoe het echt zit’, schreef Coster. ‘Het is makkelijker iemand uit de ruimte te redden dan van een berg van achtduizend meter hoogte.’

Het gesprek met Coster leverde materiaal voor een indrukwekkend verhaal. Een strijd op leven en dood. Een hoofdpersoon door wiens ogen ik het hele verhaal kon vertellen. Een waanzinnige decor.

Daar stond ik dus, op de top van mijn berg. De klim was geslaagd, nu moest ik naar beneden. Ik was pas halverwege.
Vooral de structuur van het verhaal hield me wakker. Ik ontwaarde twee spanningsbogen De eerste: kon Coster de klimmers redden? De tweede: lukte het hem – zodra ze overleden waren – de lichamen beneden te krijgen?

Het probleem was dat de eerste spanningsboog krachtiger was dan de tweede. Die overlevingsstrijd van die twee klimmers – dat was heftig. En tja, of die lichamen vervolgens beneden kwamen, dat was toch van minder belang. Zou ik dit chronologisch vertellen, dan zou het verhaal langzaam uitdoven.
Misschien moest ik het als twee aparte verhalen zien, bedacht ik – één over de klim, één over de afdaling met de lichamen? Die verhalen zou ik in elkaar draaien, met om de beurt een scène uit het ene verhaal en een scène uit het andere.

Ik begon met de scène waarin Coster de vriendin van Eric Arnold belt en vertelt dat hij is overleden. Ze vroeg hoe zijn lichaam beneden zou komen. Daarmee stond deze verhaallijn op spanning. Want ja, hoe ging Coster dat doen?
Toen kwam de eerste scène van de andere verhaallijn. Iedereen leefde nog, de klimmers maakten zich klaar voor hun toppoging. Spanning was er vanzelf. Eric Arnold zou straks sterven. Maar hoe?

Volgende scène: Coster sleept het lichaam van Eric Arnold de tent uit.
Daarna: Coster in zijn tent, het allereerste bericht dat er iets mis was met Arnold.
Enzovoorts.

808246a8136411d9d1475926735c43fdHet was leuk bedacht, maar het werkte niet. Te veel nieuwe personages in de eerste scène, te geforceerd, het moest anders.

Ondertussen moest ik ook nog een journalistieke vraag beantwoorden: klopte het verhaal wat Coster me verteld had? Ik had er een goed gevoel bij, had Coster in twee gesprekken niet kunnen betrappen op inconsistenties en hij leek me eerlijk over zijn eigen beperkingen.
Maar ja, hij was expeditieleider en volgend jaar had hij ook weer betalende klanten nodig. Hij zou een motief kunnen hebben om zijn rol mooier voor te stellen dan die was. Ik moest het verhaal dus checken.

Dat deed ik op verschillende manieren (en dat had ik, besef ik nu, in een naschrift moeten vermelden). Allereerst las ik op internet een blog van een ander expeditielid. Ze was niet bij de sterfgevallen aanwezig geweest – elke klimmer deed de toppoging op zijn eigen tempo – maar geloofde niet dat Coster schuld droeg. Ook mailde ik de Amerikaanse klimgoeroe Alan Arnette om te vragen naar de reputatie van Coster. Die was goed, schreef Arnette. Tenslotte benaderde expeditieleden Niels van Buren en Pieter van den Broeke, om hun kant van het verhaal te horen. Die gesprekken gebruikte ik vooral om feiten te checken. Costers verhaal leek te kloppen.
Ik was nu halverwege de afdaling.

Wat restte, was de structuur. En dus probeerde ik wat in zulke gevallen vrijwel altijd het beste is: ik zette alles weer in chronologische volgorde.
Dat beviel meteen goed, het gaf rust aan het verhaal.
Ik moest alleen iets bedenken om ervoor te zorgen dat het verhaal na de dood van de twee klimmers niet zou doodbloeden.

Allereerst besloot ik het verhaal van de berging van de lichamen niet te veel ruimte te geven. Het moest kort en bondig. Maar belangrijker nog: ik moest zorgen dat er iets op het spel stond. Dat loste ik op door in het verhaal te benadrukken dat de vriendin van Eric Arnold heel graag wilde dat het lichaam naar Nederland zou komen.
Dat werkte.

Ik was beneden.

Naar het verhaal van deze makerTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Einde op de Everest

Afgelopen voorjaar kwamen op de flanken van de Mount Everest onder leiding van de ervaren Nederlander Arnold Coster twee klimmers om het leven.


Door: Rik Kuiper

Categorie: Lezen

de Volkskrant

Read More


We spraken bijna drie uur en dat was veel te weinig

Toen hij in februari 2016 een persbericht verspreidde, was PVV-voorlichter Michael Heemels in één klap alles kwijt. Hij biechtte op dat hij meer dan 100 duizend euro van de PVV had gestolen en dat hij aan een jarenlange drugs- en alcoholverslaving leed. Hij werd ontslagen, zijn collega’s spraken niet meer met hem, zijn ouders niet. Maanden later verliet ook zijn vriendin hem.

Via een persoon in zijn omgeving kregen we na een tijd contact met hem. Hij was er toen slecht aan toe, maar liet ook merken dat hij openstond voor een gesprek. Er was veel over hem geschreven, hij had op sociale media veel rotzooi over zich heen gekregen en hij vond ook dat hem niet altijd recht was gedaan.

We zouden eind augustus een eerste afspraak met hem hebben. Hij wilde dat liever niet in een café of een andere openbare plek doen. Bij voorkeur op een plek waar hij niet herkend zou worden. Hij kwam uiteindelijk op 24 augustus in de ochtend naar de Volkskrant.

Dat eerste gesprek was overweldigend. We spraken bijna drie uur en dat was veel te weinig. Heemels was een spraakwaterval. Hij was emotioneel. Hij vertelde dat hij zijn huis uit moest en zijn relatie was definitief kapot gegaan. Hij was nuchter, bijna een half jaar toen.

Het gesprek ging van nu naar vroeger. Hij vertelde over zijn jeugd, over hele persoonlijke gebeurtenissen en na drie uur waren we nog niet eens bij de PVV. Er moest een nieuw gesprek komen.

We hielden contact en we spraken elkaar op 1 september weer. Weer in een zaaltje bij de Volkskrant. In dat eerste gesprek was Heemels nog wat schuchter, nu was hij minder achterdochtig. Wederom spraken we twee uur met hem en hadden we het nauwelijks over zijn laatste jaar gehad. Er moest nog een derde gesprek komen, weer een week later.

Na dat gesprek hadden we ruim 9 uur aan opnamen. We hebben dat allemaal uitgewerkt – een proces van weken. Daarna zijn we gaan schrijven. Of beter gezegd: schrappen. Het totale interview besloeg rond de 50.000 woorden. In het beste geval zouden we een tiende kunnen gebruiken.

Tijdens het schrijven, vielen ons ook de lacunes op. Om echt goed over te brengen hoe die laatste jaren waren gegaan, moesten we alles tot in detail weten. We hebben toen gekozen voor een aantal cruciale scènes en daar nog vele telefoongesprekken met Heemels over gehad. Hoe was het precies gegaan? Klopte dat met videobeelden uit die tijd en met de herinneringen van andere getuigen?

We hadden ook een andere zorg: dat lezers zijn verhaal niet serieus zouden nemen omdat hij een drank- en alcoholverslaving had gehad. Omdat hij ernstig ziek was geweest en jarenlang had gelogen. Waarom zou hij dat nu niet weer doen?

In de gesprekken met hem is dat een serieus punt geweest. Wij wilden kunnen inschatten of zijn verhaal klopte. Toen wij daarvan overtuigd raakten, was het ook onze taak om dat duidelijk te maken aan de lezer.

Dat betekende dat er geen enkel feit in het interview ter discussie mocht staan. Iedereen die door Heemels genoemd werd, is door ons gebeld. Klopte zijn verhaal? Was de druk binnen de PVV echt zo groot of was dat enkel de ervaring van Heemels? Kwam dat niet ook door zijn ziekte? Dat is een tijdrovend proces geweest van enkele weken. Allereerst omdat het lastig is PVV-ingewijden te spreken en omdat zij niet bereid waren met naam en toenaam te vertellen over die druk. Uiteindelijk heeft een aantal mensen dat toch gedaan. In ons onderzoek kregen we ook mails in handen die bevestigden hoe Wilders permanent druk op hem uitoefende.

Tijdens het schrijven hadden we nog een andere afweging te maken: wat zou het effect van een publicatie op hem zelf zijn? We hebben meerdere malen getoetst of hij voorbereid was op de impact die dit verhaal zou kunnen hebben. En dat was hij.

Tot slot vonden wij het cruciaal om de PVV en Heemels’ directe baas Geert Wilders ruim de kans op een weerwoord te geven. We hebben hem direct gebeld, zijn woordvoerder, zijn voormalig woordvoerder, de algemene voorlichting en individuele PVV’ers die bijvoorbeeld bij de voorbereiding op de ‘minder-minder’-avond waren. We hebben ze gebeld, voicemails ingesproken, gesms’t. Geen van hen wilde op het verhaal reageren of ons te woord staan.

Naar het verhaal van deze makersTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze makers

Van golden boy tot total loss

Michael Heemels moest weg als PVV-woordvoerder. Hij had in de kas gegraaid. Dit is zijn verhaal – ook over de gesloten partijcultuur.


Door: Huib Modderkolk & Maud Effting

Categorie: Lezen

de Volkskrant

Read More


Trefwoorden werden alinea’s, herinneringen scènes

Tuurlijk.

Tuurlijk wilde ik aan Puskas meewerken, het voetbalbroertje van het wielertijdschrift Bahamontes. Ik twijfelde geen moment.

Of ik een verhaal over mijn eigen voetbalcarrière wilde maken?

Oei.

Dat was lastiger.

Ik voelde schroom om over mezelf te schrijven, wilde ook geen nestbevuiler zijn.

Toch hapte ik toe. Stiekem dacht ik er al langer aan, dit was het juiste moment. Door erover te schrijven kon ik een periode afsluiten.

“Blonde on Blonde: voor mij een plaat van Bob Dylan, voor hen het doel van een nachtje stappen.”

Die zin stond het eerst op papier. Ze zat al jaren in mijn hoofd, al van toen ik nog een voetballer was en halfdronken over de Walletjes liep.

lander-deweer-aan-het-werkMijn moeder gaf me een doos vol krantenknipsels en andere papieren (zo vond ik mijn poëzieboekje terug, en het schriftje van mijn vader). Dat was een grote hulp. Allerlei beelden borrelden op.

Trefwoorden werden alinea’s, herinneringen scènes.

Maar hoe boetseerde ik met al die scènes een coherent verhaal?

De keuze voor 14 staties, naar de kruisweg van Jezus, bood me het geschikte kader. Vanaf dat moment ging het vanzelf. Ik kon jongleren met chronologie en sfeer, tot ik de juiste spanningsboog had. De trefwoorden die ik niet tot een volwaardige scène kon/wilde uitwerken, stak ik in twee opsommingen: ‘Wat mij aan voetbal stoort’ en ‘Uiteraard schuilt er veel schoonheid in voetbal’. (Achteraf kwamen er nog tal van taferelen naar boven – zoals het allereerste voetbaltruitje dat mijn moeder me ooit gaf: zij dacht ‘Anderlecht’, ik wist: ‘Toulouse’ – te laat helaas.)

Pas de avond voor mijn deadline besliste ik om alles in de tegenwoordige tijd te plaatsen. Met dank aan de opmerkingen van een vriend. Ook verschoof ik de zin ‘Rakelings scheert de tennisbal de vensterbank vol vrouwentongen’ van statie 1 naar het slot. Gevoelsmatig, zo gaat het meestal. Heel toevallig, dwalend door Wikipedia, leerde ik diezelfde avond over de dood van een oud-ploegmaat. Aan hem is dit verhaal opgedragen.

En nu moet ik dringend Onder het plaveisel het moeras lezen, van A.F.Th. Van der Heijden. Dezelfde vriend, die het verhaal nalas, wees me op de gelijkenis met de titel van mijn verhaal. Inspiratie voor ‘Voorbij de dorpel de beestenboel’ haalde ik niet bij A.F.Th., eerder bij Julian Barnes, Godfried Bomans en Joe McGinnis (Het wonder van Castel di Sangro).

Naar het verhaal van deze auteurTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Voorbij de dorpel de beestenboel

Mijn twee grootste jongensdromen zullen voor altijd onvervuld blijven. Ik zal nooit een Paniniplaatje zijn en ik zal nooit in eerste klasse spelen.


Door: Lander Deweer

Categorie: Lezen

Puskas

Read More


Eigenlijk was mijn taak vrij beperkt

Mijn collega Nynke van Verschuer is er eigenlijk voor verantwoordelijk dat ik dit artikel schreef. Zij stelde me voor een verhaal te maken over Alexander van Holk en sprak met ons af in een café. Aan de cafétafel torende Van Holk met zijn lange sportlijf boven me uit en hij bleek een krachtige en vrolijke persoonlijkheid. Hij wist me direct te boeien met verhalen over zijn werk als investment banker en met zijn ambitie een Olympische medaille te winnen.

Tevens leek hij mij bijzonder ongeschikt voor een verhaal en dit vertelde ik aan mijn collega. Ik kon me niet voorstellen hoe je zonder clichés of kleffe bewondering iets anders dan zoetsappig over Van Holk zou kunnen schrijven. Ik zag alleen een heel flauw en voorspelbaar verhaal voor me. Dat liet ik terug op de redactie direct weten. Maar dáárom, zei mijn collega, moet je het júist doen. Die opmerking zou me niet loslaten.

Zou je Van Holks verhaal ook niet-sentimenteel of larmoyant kunnen weergeven? Het werd een uitdaging.

Zonder al een idee te hebben over hoe, ben ik toch met Alexander gaan praten, ben mee geweest naar zijn training, heb met zijn trainer langs de Bosbaan gefietst, ben bij Alexander thuis geweest, sprak mensen van de bond, had een gesprek met zijn vrouw. Het hielp niet. In mijn hoofd groeide de sympathie voor Van Holk, samen met de onwil om zijn verhaal op te schrijven. Ik was bang voor de clichés en vooral voor psychologie van de koude grond. Het leek me dat je niet over Van Holk zou kunnen schrijven zonder opzichtig psychologische lijnen te gaan trekken, iets wat ik probeer te vermijden in interviews, en zo de werkelijkheid tot het platte verhaal van een gehandicapte sporter te reduceren.

Tot ik Alexander op een dag vroeg waaraan hij dacht op het hoogtepunt van een race, en hij een heel helder antwoord gaf. Vanzelf kwam toen het idee: ik hoefde alleen maar zo precies mogelijk het verhaal van een race op te schrijven, dat fascineerde al genoeg. De spanningsboog lag voor het oprapen: die zat in het aantal fasen dat een race telde. Als ik dat verhaal nou afwisselde met zijn levensverhaal, dan kon ik de lezer zelf iets van zijn mentale staat laten voelen en kon de lezer zelf nadenken over Alexander. Dat was veel beter dan zelf pathetische verbanden te trekken.

En zo geschiedde. Eigenlijk was mijn taak vrij beperkt. Ik heb slechts heel precies gevraagd, zo ongeveer per meter, wat er tijdens een race gebeurt, en dit nauwkeurig genoteerd. De rest van Alexanders verhaal, plus de gesprekken die ik met de mensen uit zijn omgeving had, heb ik er met wat verdichting doorheen gemonteerd.

Omdat ik heel erg in het hoofd van Alexander zat, maar hem ook op twee manieren liet vertellen – ik noteerde zijn beleving van de race en vertelde relaas achteraf – vond ik een quote unquote-interview minder geschikt. Beleven en vertellen zijn net wat anders, maar ik wilde beide wel dicht bij elkaar houden. Daarom koos ik ervoor om alles vanuit Alexander, maar geparafraseerd te vertellen. Bijkomend voordeel is dat je het verhaal iets meer kan lezen zoals je gewend bent in een boek, dat vertelt over een hoofdpersoon.

Kortom, het dus allemaal de schuld van Nynke van Verschuer.

Naar het verhaal van deze makerTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Altijd vertrouwen

Deze week zijn de Paralympische Spelen in Rio. Roeier Alexander van Holk doet mee. Samen met Sander Pleij kijkt hij vooruit naar de wedstrijd en terug op zijn leven.


Door: Sander Pleij

Categorie: Lezen

Vrij Nederland

Read More


Elke maand rij ik in de eerste week met m’n bus door de buurt

bajematoelichting

Luister hier naar de toelichting van de maker. Foto: Frank Schoevaart.

Naar het verhaal van deze makerTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Man met de microfoon

Man met de microfoon is het eerste radioprogramma zonder omroep. Radiomaker Chris Bajema gaat op zoek naar verhalen uit zijn eigen stadswijk.


Door: Chris Bajema

Categorie: Luisteren

Manmetdemicrofoon.nl

Read More


Ik werk altijd in fragmenten en scènes, later ga ik componeren

schermafbeelding-2017-03-02-om-16-03-30

Luister hier naar de toelichting van de maker. Foto: Jan Banning.

Naar het verhaal van deze makerTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Het Wilgenhof Geheim

Wat weet radiomaker Joost Wilgenhof eigenlijk over zijn overleden vader? Hij was politie-agent. Maar dat hij ook werkte voor de Binnenlandse veiligheidsdienst, hield hij voor zijn collega’s en gezin verborgen.


Door: Joost Wilgenhof

Categorie: Luisteren

Radio Doc

Read More


Ook een lengte van 7 minuten biedt de mogelijkheid tot een narratieve structuur en een spanningsboog

Door z’n ambitie, ruimte en vrijheid is 4×7 een uniek project. De afgelopen jaren ontwikkelde Canvas al tal van kwalitatief hoogstaande, prachtig gefilmde en narratief sterke producties, maar een magazine in deze vorm ontbrak nog. Terwijl het toch een betrekkelijk eenvoudig concept is: een reeks afleveringen bestaande uit 4 korte documentaires, door filmers van zeer diverse pluimage gemaakt. Gevestigd, nieuw of ergens halverwege de carrière. De samenbindende factor bestaat uit de lengte van slechts zeven minuten en de eis dat het vertelde verhaal persoonlijke urgentie moet hebben. Maar of dat binnenshuis of buitenshuis, in familiekring of ver daarbuiten wordt gevonden, mag de maker zelf uitmaken.

In zekere zin biedt het programma daarom ook vooral een jaloersmakende infrastructuur van kansen en mogelijkheden. Docenten aan filmacademies pakten de uitdaging op en kwamen met een eigen bijdrage, zoals de gelauwerde Marc Didden die in Musée Sentimental een kunstzinnige documentaire maakte over de vele huizen waarin hij woonde en Stijn Coninx die in Kids van het Kids de bedreigde dovenschool van zijn drie kinderen portretteerde. De gevestigde documentairemakers droegen jonge makers aan die via 4×7 hun eerste kans kregen. De filmers waren autonoom in het kiezen van technische faciliteiten en werden begeleid door tien coaches, afkomstig van de VRT en productiehuis De Chinezen. Hun rol was niet die van de eindredacteur die dwingend toekijkt bij de eindmontage. De samenstelling van de afleveringen gebeurde door coördinator Jan Stevens, die de balans in de uitzendingen bewaakte. Tot slot, maar niet onbelangrijk, gaf Canvas carte blanche. De omroep zorgde via de uitzending voor een kickstart, waarna via internet de afzonderlijke bijdragen nog veel kijkers trekken. De Vlaamse Publieke Omroep nam de financiering voor haar rekening.

De keuze voor zeven minuten is een bewuste keuze, dat is zo’n beetje de maximale attentiespanne van de gemiddelde internetgebruiker voor een film. Maar die lengte biedt ook de mogelijkheid tot een narratieve structuur, een spanningsboog en het uitwerken van de hoofdpersonages en hun interactie.

De korte lengte en het grote aantal makers dat slechts één bijdrage levert, heeft nog een ander voordeel. Een opmerkelijk korte productietijd: van zand tot klant bestrijkt een half jaar, de eerste contacten met de makers werden gelegd in maart 2016 en de eerste uitzending was begin september. Het blijkt een succes bij zowel maker, zender als kijkers, want de tweede en de derde reeks staan gepland voor april en september 2017. Dan worden er weer nieuwe makers geselecteerd. Deze serie levert een schatkamer van verhalende journalistiek op, waarin de kijker nog tot in lengte van dagen kan grasduinen.

Naar het verhaal van deze makerTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

4 x 7

De documentairereeks 4x7 is een platform dat juist door z’n beperkingen grote mogelijkheden biedt. De individuele bijdragen zijn nooit langer dan 7 minuten.


Door: Jan Stevens (initiatiefnemer)

Categorie: Kijken

Canvas

Read More


'We wilden een serie maken waarbij je echt meeleeft met de karakters'

Toelichting van de makers

Klik hier om naar de toelichting van de makers te gaan.

Naar het verhaal van deze makersTerug naar alle verhalen

Het verhaal van deze makers

Schuldig

In de veelgeprezen serie Schuldig ontmoeten we bewoners van de Amsterdamse Vogelbuurt die het hoofd maar moeilijk boven water kunnen houden.


Door: Ester Gould & Sarah Sylbing

Categorie: Kijken

Human

Read More