20 april: eerste Europese conferentie - True Stories

Wie zijn de epische verhalenvertellers van onze tijd, de nieuwe Ryszard Kapuściński’s van Europa? En welke nieuwe vormen van journalistieke storytelling vinden we in Europa? Kom op 19 en 20 april naar onze eerste Europese conferentie “True Stories: Find your voice within the European narrative tradition”.

Het vertrouwde ritme van het nieuws maakt steeds meer plaats voor on-demand journalistiek - podcasts, longforms, YouTube. Het moment waarop een verhaal verschijnt, doet er steeds minder toe. Het fragmenterende medialandschap biedt ruimte om nieuwsverhalen vanuit verschillende invalshoeken te vertellen. Bij verhalende journalistiek verlaat de maker de alwetende, objectieve nieuwsstem en kiest een perspectief – dat kan de hoofdpersoon zijn, of zelfs een dorp of gebouw. Het verhaal kent daarnaast scènes, een spanningsboog maar ook een duidelijke verteller. Een intieme verteller, zoals in de succesvolle Nederlandse podcast Bob, creëert een band met de luisteraar. Daarover gaat de conferentie True Stories: Find your voice within the European narrative tradition. Het is, op veler verzoek, onze eerste Europese conferentie.

De conferentie helpt makers hun eigen stem te vinden en kijkt daarbij voorbij het eigen vakgebied. Fotografen, radiojournalisten, schrijvers; iedereen heeft zijn eigen manier om een ​​verhaal te maken. Samen met het fotografieverhaalplatform Docking Station organiseert SVJ een aparte track over het gebruik van de kracht van de verbeelding. Hoe zorg je ervoor dat je publiek aandacht besteedt aan onderwerpen die overbelicht zijn, zoals migratie? Een fotograaf, een cartoonist, een radiojournalist en een filmmaker aan het woord.

De eerste Europese conferentie maakt je als maker ook bewust van hoe je standpunt wordt bepaald door je standplaats. Hoe kijkt men elders in Europa aan tegen een thema als de financiële crisis? Joris Luyendijk schreef een veel vertaald boek (‘Dit kan niet waar zijn’). In een aparte sessie samen met het Nederlands Letterenfonds, vertellen Luyendijk en vier van zijn Europese uitgevers hoe zijn boek het elders in Europa deed. Werkt de vertelstem van Luyendijk ook in Zweden of in Duitsland?

De Europese conferentie is er uiteraard ook om contact te leggen met media en collega’s uit het buitenland. Veel belangrijke thema’s gaan over grenzen heen, zoals terrorisme en migratie. Het European Journalism Centre, met hulp van de Bill Gates Foundation, financierde een groot project over migratie. Daarbij volgden El País, Le Monde, Der Spiegel online en The Guardian allemaal een familie (of een voetbalteam in het geval van El País) dat migreerde naar hun land. Journalisten van alle vier de media zijn op de conferentie om over het project te praten.

De Europese conferentie gaat op donderdagavond 19 april van start. Dan wordt in Pakhuis de Zwijger het werk van de sprekers getoond en geven de makers een korte toelichting. Vrijdag is de conferentie en zullen zo’n 40 sprekers in vier verschillende zalen hun eigen werk ontleden, praktische how to-sessies geven, en delen hoofd- en chefredacteuren uit zes verschillende landen in ronde tafelsessies een kwestie waarmee zij op hun redactie kampen.

De kaartverkoop is nu van start. Bekijk hier de conferentiepagina en sprekers.

 


Onderzoek verhalende journalistiek in Nederland en Vlaanderen

Onderzoeker Tjirk van der Ziel gaat zich de komende maanden verdiepen in de positie en de potentie van verhalende journalistiek in Nederland en Vlaanderen. De traditionele journalistiek lijkt namelijk steeds minder in staat snelle, ingrijpende veranderingen in de wereld op een overzichtelijke en begrijpelijke wijze te duiden. Sterker, vooral op scharniermomenten van de geschiedenis lijkt het goedgeschreven verhaal met gebruikmaking van literaire middelen aan populariteit te winnen. Dat roept de vraag op wat de maatschappelijke betekenis is van verhalende journalistiek, en hoe de narratieve benadering kan worden versterkt.

Eind november analyseerde de Vlaamse krant De Standaard de behoefte naar verhalen die op de werkelijkheid zijn gebaseerd. Wie als schrijver een groot publiek wil bereiken, moet de disclaimer ‘gebaseerd op ware feiten’ gebruiken. Lezers willen zich kunnen identificeren met personen en gebeurtenissen die hun eigen leven raken. Met waargebeurde verhalen speel je bovendien in op een onderhuids verlangen naar overzicht; men is op zoek naar nieuwe, bruikbare kennis die de gefragmentariseerde wereld op een bevattelijke manier ontsluit. De krant merkt op dat de verbeelding daarin tekortschiet. Deze functie van de roman wordt overgenomen door de literaire non-fictie, een genre dat het grotere verhaal beter weten te vertellen.

De groeiende waardering voor non-fictie weerspiegelt de opmars van de verhalende journalistiek. Er zijn interessante parallellen te trekken met de jaren zestig van de vorige eeuw, toen reportages dankzij het perspectief van de journalist of van de hoofdpersonen, het gebruik van dialogen, de opbouw in scènes en de sfeerbeschrijvingen met veel details beter in staat leken de snelle maatschappelijke veranderingen van toen te duiden. De complexiteit van ontwikkelingen in onze tijd en de grote onzekerheden die daarmee gepaard gaan, vragen eveneens om een literaire aanpak in de journalistiek. David Shields stelt in Reality Hunger dat we ons omringen met allerhande media waarmee we in direct contact zouden komen te staan met de wereld om ons heen, maar hoe de wereld écht in elkaar zit wordt paradoxaal steeds minder duidelijk. De werkelijkheid kennen wordt zo een illusie. Vandaar de roep om ware verhalen.

Verhalende journalistiek lijkt vooral goed te gedijen wanneer de stabiliteit van de samenleving in het geding is. Dit is van alle tijden, betoogt John Hartsock in A History of Literary Journalism in America. Zodra er sociale, culturele of politieke breuklijnen in de samenleving ontstaan, wanneer het dagelijks leven sterk wordt beïnvloed door veranderingsprocessen waar burgers maar weinig grip op hebben, zijn journalisten geneigd uit te wijken naar een meer literaire vorm van hun werk. Ze voelen aan dat juist dan er vraag is naar verhalen die kunnen duiden, die hoofd en hart raken en waarin mensen zichzelf kunnen herkennen.

Ook Nederland en Vlaanderen hebben een traditie met verhalende journalistiek. De journalisten zijn echter niet onder één school samen te vatten. Ze laten zich inspireren door schrijvers en verslaggevers uit zo'n beetje alle landen en van alle tijden. Toch lijkt er als gezamenlijk kenmerk een hang te zijn naar verhalen waarmee ze het recente en persoonlijke verleden tot leven kunnen wekken. Verder zou deze traditie een grote mate van sociale betrokkenheid laten zien. De verhalen staan symbool voor iets algemeens en vertellen over een misstand, een historische trend of een sociologisch dan wel cultureel verschijnsel in de samenleving. Ze leggen maatschappelijke processen bloot maar dan beschreven vanuit een persoonlijk perspectief.

Hun werk heeft vanaf 2011 een verse impuls gekregen dankzij de Stichting Verhalende Journalistiek die inhaakt op een groeiende behoefte aan prikkelende voorbeelden en praktische ondersteuning. De jaarlijkse presentatie van de 'Meestervertellers', een van de activiteiten van de stichting, laat zien dat er in Nederland en Vlaanderen al veel kwaliteit te vinden is. Nader onderzoek wil helpen de stand van zaken scherper in beeld te krijgen. Het behelst een analyse van theoretische reflecties op verhalende journalistiek in het verleden en in andere delen van de wereld; daarnaast worden alle genomineerde Meestervertellers van de afgelopen jaren benaderd met een vragenlijst over o.a. werkwijze, ervaringen, de keuze van onderwerpen, het gebruik van literaire technieken en de mate van ondersteuning vanuit hun omgeving. Het project sluit af met een serie interviews. Wie wil meedenken – bv. over wat typeert nu de verhalende journalistiek in Nederland en Vlaanderen – kan met de onderzoeker contact opnemen.

Tjirk van der Ziel
Docent/onderzoeker
Christelijke Hogeschool Ede
tvdziel@che.nl


8 maart: Presentatie 'Meestervertellers'

Wie is de Meesterverteller van 2017?

Uit maar liefst 120 journalistieke verhalen koos de redactie van Meestervertellers de 10 mooiste van 2017 van Nederland en Vlaanderen. In de categorieen lezen, kijken, luisteren en klikken. Wie kiest de publieksjury tot Meesterverteller van 2017? Op 8 maart gaan we dat beleven in Pakhuis de Zwijger, vlakbij het CS in Amsterdam.

Op die avond vertellen de 10 geselecteerde makers hoe hun verhalen tot stand zijn gekomen. De makers, die hun verhalen maken voor de landelijke media, vertellen dan over hun fascinatie voor hun onderwerp, de hobbels op hun pad en hoe je een verhaal invoelbaar overbrengt. Kortom, het wordt een inspirerende avond.

Meestervertellers vertellen een journalistiek verhaal op een manier dat het publiek voelt wat de personages in het verhaal doormaken. Meestervertellers geven niet alleen de feiten weer en doen niet alleen aan wederhoor of aan factchecking. Een Meesterverteller wil een goed verhaal vooral ook goed vertellen. In de verhalen van Meestervertellers is ruimte voor spanning, ontroering en verontwaardiging. Zonder dat de werkelijkheid geweld wordt aangedaan.

Tijdens de avond komen ook hoofdpersonen aan het woord: hoe is het om centraal te staan in een journalistiek verhaal? En welke impact heeft dat op je leven?

Het viel de redactie van Meestervertellers op dat er in alle verhalen sprake was van een grote tegenkracht die de hoofdpersoon moest overwinnen. De vader die zijn dochter probeert terug te krijgen uit het kalifaat. Groningers die vechten om hun boerderijen te redden van bevingen en politiek. Een journalist probeert buiten het alziend oog van Big Brother de stad door te komen.
We gaan luisteren naar de verhalen over het maakproces en de tegenkrachten die overwonnen moesten worden. En we gaan zien wie de publieksjury koos tot de Meesterverteller van 2017.

Waar: Donderdag 8 maart in Pakhuis de Zwijger.
Wanneer: Van 20.00 tot 22.00 uur – om 19.30 is de zaal open.

Tickets kosten 17,50, voor de vrienden van de stichting Verhalende Journalistiek 12,50.
Koop hier je kaartje.


18 december 2017: Deadline inzenden 'Meestervertellers'

Heb jij dit jaar een mooi journalistiek verhaal gemaakt? Of heb je een prachtige verhalende productie gelezen, gezien of beluisterd? Zend het verhaal dan in voor 'Meestervertellers' 2017. In dit online jaarboek worden de beste verhalende journalistieke producties van Nederland en Vlaanderen van het afgelopen jaar verzameld.

De redactie van ‘Meestervertellers’ is op zoek naar de beste journalistieke verhalen van 2017. Zij werven zelf actief, maar je kunt ook verhalen insturen – een verhaal dat je zelf hebt gemaakt, of een verhaal van iemand anders. Alle in 2017 verschenen journalistieke verhalen kunnen meedingen, zowel geschreven verhalen (in tijdschriften, kranten en online) als producties voor t.v. en radio. De criteria die worden gehanteerd bij het beoordelen van de inzendingen vind je hier (http://www.denieuwereporter.nl/2016/10/welke-elementen-moet-een-meesterlijk-verteld-journalistiek-verhaal-bevatten/).

Je kunt tot en met maandag 18 december verhalen inzenden. Verhalen die tussen 18 december en 1 januari verschijnen, kunnen uiterlijk woensdag 3 januari 2018 worden ingezonden. Inzenden kan met dit formulier.

De beste journalistieke verhalen van 2016 vind je hier.


Winnaars narratieve beurzen voor teams bekend

Tijdens het Festival van de Journalistiek in Utrecht reikte de Stichting Verhalende Journalistiek op zaterdag 23 september twee narratieve beurzen uit voor werken in teams. De eerste beurs (een bedrag van €2.500,- plus coaching) ging naar het project ‘Van A naar B: Onderweg in Lagos’ van makers Bram de Jongh, Nils von der Assen en Daphné Dupont-Nivet. De aanmoedigingsprijs, die SVJ samen met Vers in de Pers (de jongerenafdeling van de NVJ) uitreikt (een bedrag van €500,- plus coaching) ging naar ‘De lessen van Quintín Lame’, van Bram Ebus en Alex Kemman.

Voor ‘Van A naar B: Onderweg in Lagos’ willen de makers forenzen volgen in miljoenenstad Lagos in Nigeria, die soms al om drie uur ’s ochtend opstaan om op tijd hun werk te bereiken. De jury oordeelde dat het concept duidelijk is, het onderwerp is universeel. Ook was de jury enthousiast over de samenstelling van het team. Voor dit project werken een planoloog, een Afrikanist en een (onderzoeks)journalist samen met lokale journalisten – het project resulteert in een serie multimediale verhalen.

‘De lessen van Quintín Lame’ gaat over de demobilisatie en re-integratie van de relatief onbekende rebellengroep Quintín Lame in het zuiden van Colombia. De jury oordeelde: “Dit kan een groot verhaal vertellen over Colombia. Het is een nieuw onderwerp met actuele relevantie.” In dit verhaal worden tekst en fotografie gecombineerd.

Ons vak is niet langer voor lone wolfs. Juist in de samenwerking liggen kansen voor het versterken van je verhaal. Stichting Verhalende Journalistiek stimuleert het gebruik van literaire technieken in de Nederlandstalige media. De narratieve beurs voor samenwerking is de derde ronde beurzen die de stichting uitreikt, altijd met het doel om nader onderzoek voor een verhalend project mogelijk te maken. Vers in de Pers richt zich op de ontwikkeling van jonge journalisten.

De jury van deze derde ronde bestond uit: Irene van der Linde (voorzitter; journalist De Groene, voorzitter Stichting Verhalende Journalistiek); Wybo Algra (chef De Verdieping bij Trouw); Arnold van Bruggen (journalist en mede-oprichter van journalistiek productiebureau Prospektor); Hay Kranen (newsroom developer de Volkskrant en mede-oprichter Hackastory) en Anaïs López (fotografe en mede-oprichter van fotografie platform Docking Station). Zij beoordeelden de inzendingen aan de hand van vijf aspecten: dat het idee verhalend was; dat de samenwerking meerwaarde opleverde; dat het project journalistieke relevantie bezat en financieel haalbaar was. Ze keek verder ook naar vernieuwende vertelvormen.

Het viel de jury op dat de beste voorstellen van jongere makers kwamen. Veel van de inzenders wilden een project maken in het buitenland, en er zat regelmatig een activistisch randje aan. Bij relatief veel ideeën was de verhalende component of de meerwaarde van de samenwerking van de makers onvoldoende uitgewerkt om de jury te kunnen overtuigen.


3 november 2017: Feit & Fictie Track tijdens VVOJ-conferentie

Op vrijdag 3 november, tijdens de VVOJ conferentie in Maastricht, organiseren VVOJ en SVJ gezamenlijk een Feit & Fictie Track. Amerikaanse toestanden als nepnieuws en alternative facts domineren het nieuws. Maar wat weet ons nog te raken, nu er zoveel nieuws en informatie is en we dat steeds selectiever tot ons nemen? Hoe vorm je gedegen onderzoek om tot een goed verhaal? Tijdens de Feit & Fictie Track onderzoeken we de grens tussen het aantrekkelijker maken van saaie feiten en de waarheid geweld aandoen.

De Feit & Fictie Track opent op vrijdag 3 november om half twee met een lezing van Washington Post-verslaggever Anne Hull. Hull werd vijf keer genomineerd voor een Pulitzer en won hem toen ze samen met onderzoeksjournalist Dana Priest een heikel onderwerp oppakte: gewonde soldaten die uit de Irak- en Afghanistanoorlog terugkeerden voor behandeling werden schandalig verwaarloosd. Het was nieuws, ze haalden alle feiten boven tafel en… schoven ze terzijde om het échte verhaal uit interviews te halen. Het duo won de prijs ‘voor het veroorzaken van nationale verontwaardiging en het teweegbrengen van hervormingen door de federale overheid.’ Anne Hull vertelt het spannende verhaal van hoe deze serie tot stand is gekomen – én hoe onderzoeksjournalisten baat kunnen hebben bij verhalende journalistiek.

Tweede programmaonderdeel is Mag dat? De Feit en Fictie Barometer. In zijn documentaire over André Hazes laat John Appel de zanger nog eens teruggaan naar de showroom om nog eens de auto voor zijn vrouw te kopen, omdat Appel er de eerste keer niet bij was. Mag dit? De populaire schrijver Joris Luyendijk geeft in interviews aan soms drie personen tot één personage te kneden in zijn boeken. Mag dat? Hoe ver kun je als journalist gaan om de feiten zo te brengen dat het publiek je stuk of programma niet meer weg kan leggen? Stijn Postema van de opleiding journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede selecteerde een aantal prikkelende voorbeelden. Breng je stem uit en ontdek hoe je collega’s er tegenaan kijken.

Tot slot pakt verhalend- maar ook onderzoeksjournalist Henk Blanken, auteur van het ‘Handboek Verhalende Journalistiek’ en één van de bedenkers van De Verhalengarage, een stevig onderzoeksverhaal bij de kladden. De journalisten van Investico doen niets anders dan grote projecten aanpakken, vaak abstracte onderwerpen, en ze graven door tot ze de onderste steen boven hebben. Maar hoe schrijf je dat verhaal zo op dat het leest als een thriller? Henk Blanken nam één van de verhalen van Investico onder handen. Ter plekke wordt het verhaal gefileerd. De makers vertellen over the making of, en Henk laat zien hoe hij als story coach het onderwerp omvormt tot een beter verhaal.

13.30-14.40 Anne Hull: Teaming up with an investigative journalist to create a Pulitzer Prize winning story.

15.00-16.10 Mag dat? De Feit & Fictie Barometer.

16.30-17.40 Henk Blanken fileert: Hoe maak je van geweldig onderzoek een thriller?

Meer informatie over en kaartje voor de VVOJ-conferentie vind je hier.


2 november 2017: Gerard van Westerloolezing met Anne Hull

For English version, click here.

Anne Hull werd vijf keer genomineerd en won een keer de Pulitzerprijs voor haar bijzondere verhalen vanuit de zelfkant van de VS. Hull heeft momenteel een sabbatical van haar krant The Washington Post genomen om te werken aan haar memoires, over haar jeugd in Florida. Voor haar verhalen verblijft ze vaak maandenlang bij een groep – de revaliderende soldaten in het Walter Reed ziekenhuis, of een tienermeisje dat wil ontsnappen uit de armoede. Maar deze avond spreekt ze over een heel klein verhaal. Een verhaal dat ze in zes uur maakte en waarin ze een oma en haar kleinzoon volgt, twee slachtoffers van de Orkaan Katrina. Een verhaal dat rijk is aan sprekende details, een subtiele spanningsboog heeft en het drama van Orkaan Katrina in slechts 900 woorden samenvat en invoelbaar maakt. Hoe is ze te werk gegaan? Welke tools zette ze hiervoor in? Ze deed jarenlang ervaring op bij grotere narratieve projecten, hoe heeft ze die kennis ingezet om dit verhaal met maximale vertelkracht te brengen?

De jaarlijkse Gerard van Westerloolezing is een eerbetoon aan een van de grondleggers van de verhalende journalistiek in Nederland. Gerard van Westerloo hanteerde bij zijn reportages vier principes: hij koos voor alledaagse onderwerpen en juist als er niets aan de hand was; hij wachtte net zo lang tot hij een compleet beeld had; hij koos ervoor om de mensen zelf te spreken (géén woordvoerders!); en zijn geïnterviewden kwamen elders niet aan bod.

Donderdag 2 november, 20.00u. (inloop vanaf 19.30u.)
Studio, Pakhuis de Zwijger, Amsterdam

Prijs: €17.50 (regulier) / €12,50 (Vrienden van de Stichting Verhalende Journalistiek en voltijds studenten – op vertoon van een collegekaart)

Kaartjes zijn te koop in onze webshop.


Terugblik Conferentie 2017

"Lots of tears in the audience and a lot on stage as well. Lots of laugter too. Thats a storytelling conference"  De tweet van Nathan Vos vat het goed samen.  Met veel emotie vertelden de sprekers van de Conferentie Verhalende Journalistiek over hun belangrijkste verhalen, hun werkwijze, hun successen en hun twijfels.

Heb je de conferentie gemist? Of wil je weer even terug naar de emoties van de dag? Fleur Born maakte voor ons een terugblikkende film en Joris van Vernrooij een mooi radioverslag.

https://youtu.be/e967BvrZBH0

https://soundcloud.com/verhalendejournalistiek/verslag-conferentie-2017

 


Rapport van een onderzoek in uitvoering: verhalende journalistieke podcasts in Nederland

In de VS worden de afleveringen van de verhalende podcasthit Serial gemiddeld door vijf miljoen luisteraars gedownload. Het aantal podcast-luisteraars groeide daar in 2014 met 25% naar een publiek van 40 miljoen luisteraars (op 322 miljoen inwoners). Ook in Zweden is de podcast populair, met 2 tot 3 miljoen luisteraars (op een bevolking van 10 miljoen). In Nederland echter blijft podcast een relatief onbekend medium. Waar ligt dat aan?

De Stichting Verhalende Journalistiek had aanvankelijk het plan opgevat om een platform op te richten ter ondersteuning van verhalende journalistieke podcasts in Nederland en daarvoor subsidie aangevraagd bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Het fonds raadde aan om eerst een haalbaarheidsstudie te doen; is zo’n platform wel de oplossing en zo ja: in welke vorm? Met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek ging de Stichting Verhalende Journalistiek vervolgens op zoek naar kansen en mogelijkheden van verhalende journalistieke podcasts in Nederland.

Al gauw besloten we, na overleg met het Stimuleringsfonds, om het project te wijzigen van een onderzoek naar een praktijkverkenning. In plaats van uitzoeken waar het mis gaat of wat anders kan in Nederland, besloten we zelf een podcasthit te gaan maken, en daarvan te leren. En omdat de praktijk nu eenmaal weerbarstiger is dan papier, zitten we daar nog middenin. Eigenlijk kunnen we van dat alleen nog maar een stand van zaken geven, en een voorzet geven van de volgende stappen. Dit stuk is dan geen afronding van het project maar een tussenstand, plus een verslag van de verkenning waar het project mee begon.

Het rapport dat Eef Grob schreef over het nog lopende onderzoek, lees je hier.


Blog Eef Grob: Financiering van een podcasthit

Men neme: een retespannend scenario, uitgesmeerd over meerdere afleveringen, een briljante stem, een cliffhanger voor elke episode, een sublieme montage en hoogwaardige audioafwerking. Et voilà: de Nederlandse variant van de podcasthit Serial is geboren. Alleen, hij is er nog niet: die Nederlandse podcasthit. Waarom eigenlijk niet? Dat vroeg de Stichting Verhalende Journalistiek zich ook af, en met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek gaan we proberen een Nederlandse non-fictie podcasthit te creëren (en daarvan leren).

Terwijl ik tik aan de laatste alinea van de blogpost die begint met “Het Grote Wachten is aangebroken”, waarin ik beschrijf hoe Jacqueline Maris en Gerrit Kalsbeek hun Polderpodcastplan uiteindelijk toch hebben ingediend bij het NPOFonds en waarom, word ik gebeld. Jacqueline Maris. “We hebben ‘m!” De “’m” verwijst dit keer niet naar een betrokkene bij een moord die bereid is zijn verhaal te doen maar naar de ontwikkelingssubsidie van het NPOFonds: de Polderpodcast gaat gemaakt worden! Met deze spoiler bied ik je graag een nieuwe update aan van onze poging een Nederlandse podcasthit te creëren (en daarvan te leren):

Wachten

Het Grote Wachten is aangebroken. In onze podcasthitqueeste zijn we uiteindelijk toch uitgekomen bij de NPO, specifieker bij het NPOFonds (voorheen Mediafonds). Buiten de NPO zagen we simpelweg nog geen financieringsmogelijkheden voor een arbeidsintensieve podcast als deze. De VPRO heeft zich bereid getoond de aanvraag in te dienen (een NPOFondsaanvraag vereist samenwerking met een publieke omroep) en nu is het wachten op de uitslag: krijgen we financiering om onze podcasthit te realiseren of leggen we het af tegen andere briljante plannen die strijden om de schaarse zendtijd?

Want we hebben hier nog steeds te maken met zendtijd: om aanspraak te maken op het NPOFonds *moet* een podcast ook een radio-poot hebben. Podcasting is namelijk geen “regulier aanbodkanaal” zoals het heet in Mediawetjargon, en mag dus ook niet zelfstandig gefinancierd worden vanuit het fonds. Wat wel kan: van de podcast ook een – kortere - radioversie maken en zo beiden de wereld in slingeren. Dat dat extra montagedagen vereist en het project daarmee duurder wordt: so be it.

Doelgroep

Lekker dan: ‘gewoon’ een radioserie bij de NPO, wat heeft de Nederlandse podcastwereld daaraan?, hoor ik de kritische podcastenthousiasteling denken. Maar Jacqueline Maris en Gerrit Kalsbeek hebben in hun aanvraag wel degelijk verbetering van het Nederlandse podcastklimaat voor ogen. Hun podcasts worden verhalen op zich en verschillen van de kortere radioversies. En ze hebben in hun ambitie om een podcasthit te creëren extra geld aangevraagd voor marketing en doelgroepbereik om daarmee het medium bekender te maken bij een grotere groep Nederlanders. Die inzet moet uiteindelijk ook de aandacht trekken van adverteerders, waardoor toekomstige verhalende podcasts hopelijk ook buiten het NPOFonds ontwikkeld kunnen worden. Daarnaast hebben Maris en Kalsbeek geregeld dat zij een deel van de rechten houden, wat het mogelijk maakt om na uitzending méér te doen met de podcast.

Hoezo méér doen, wat dan? Tja, daar gaan we nu dus aan werken. Hoe zorgen we ervoor dat deze podcast een breder publiek bereikt dan de groep nachtelijke luisteraars van radiodrama en het podcastpubliek dat de VPRO al weet te vinden? Welke samenwerkingen vergroten de kans dat meer mensen de geneugten van podcasting gaan ontdekken? Hulp, ideeën of aanbiedingen op dit gebied zijn van harte welkom. En u mag mij daarvoor benaderen, want met de toekenning van de ontwikkelingssubsidie is dit mijn officiële nieuwe klusje.