Tuurlijk.

Tuurlijk wilde ik aan Puskas meewerken, het voetbalbroertje van het wielertijdschrift Bahamontes. Ik twijfelde geen moment.

Of ik een verhaal over mijn eigen voetbalcarrière wilde maken?

Oei.

Dat was lastiger.

Ik voelde schroom om over mezelf te schrijven, wilde ook geen nestbevuiler zijn.

Toch hapte ik toe. Stiekem dacht ik er al langer aan, dit was het juiste moment. Door erover te schrijven kon ik een periode afsluiten.

“Blonde on Blonde: voor mij een plaat van Bob Dylan, voor hen het doel van een nachtje stappen.”

Die zin stond het eerst op papier. Ze zat al jaren in mijn hoofd, al van toen ik nog een voetballer was en halfdronken over de Walletjes liep.

lander-deweer-aan-het-werkMijn moeder gaf me een doos vol krantenknipsels en andere papieren (zo vond ik mijn poëzieboekje terug, en het schriftje van mijn vader). Dat was een grote hulp. Allerlei beelden borrelden op.

Trefwoorden werden alinea’s, herinneringen scènes.

Maar hoe boetseerde ik met al die scènes een coherent verhaal?

De keuze voor 14 staties, naar de kruisweg van Jezus, bood me het geschikte kader. Vanaf dat moment ging het vanzelf. Ik kon jongleren met chronologie en sfeer, tot ik de juiste spanningsboog had. De trefwoorden die ik niet tot een volwaardige scène kon/wilde uitwerken, stak ik in twee opsommingen: ‘Wat mij aan voetbal stoort’ en ‘Uiteraard schuilt er veel schoonheid in voetbal’. (Achteraf kwamen er nog tal van taferelen naar boven – zoals het allereerste voetbaltruitje dat mijn moeder me ooit gaf: zij dacht ‘Anderlecht’, ik wist: ‘Toulouse’ – te laat helaas.)

Pas de avond voor mijn deadline besliste ik om alles in de tegenwoordige tijd te plaatsen. Met dank aan de opmerkingen van een vriend. Ook verschoof ik de zin ‘Rakelings scheert de tennisbal de vensterbank vol vrouwentongen’ van statie 1 naar het slot. Gevoelsmatig, zo gaat het meestal. Heel toevallig, dwalend door Wikipedia, leerde ik diezelfde avond over de dood van een oud-ploegmaat. Aan hem is dit verhaal opgedragen.

En nu moet ik dringend Onder het plaveisel het moeras lezen, van A.F.Th. Van der Heijden. Dezelfde vriend, die het verhaal nalas, wees me op de gelijkenis met de titel van mijn verhaal. Inspiratie voor ‘Voorbij de dorpel de beestenboel’ haalde ik niet bij A.F.Th., eerder bij Julian Barnes, Godfried Bomans en Joe McGinnis (Het wonder van Castel di Sangro).

Naar het verhaal van deze auteurTerug naar alle verhalen

Het verhaal bij deze maker

Voorbij de dorpel de beestenboel

Mijn twee grootste jongensdromen zullen voor altijd onvervuld blijven. Ik zal nooit een Paniniplaatje zijn en ik zal nooit in eerste klasse spelen.


Door: Lander Deweer

Categorie: Lezen

Puskas

Read More