Michael Heemels moest weg als PVV-woordvoerder. Hij had in de kas gegraaid. Dit is zijn verhaal – ook over de gesloten partijcultuur.

Maart 2014, verkiezingsavond

Michael Heemels gluurt naar de ingang. Nog even, dan geeft Geert Wilders zijn speech, hier in het Haagse café De Tijd. Een beveiliger tikt hem op de schouder.

‘Hij komt eraan.’ Heemels loopt naar buiten. Hij is de woordvoerder van Geert Wilders. Bij de ingang van de Tweede Kamer ziet hij hem lopen in een haag van beveiligers. Wilders kijkt hem aan, zegt niets. ‘Zaal is vol, pers staat klaar’, zegt Heemels. ‘Succes.’ Vandaag ziet hij er strak uit. Onberispelijk. Maar wie goed kijkt, ziet een geforceerde glimlach op zijn gezicht. Het is iets na negenen als Wilders binnenkomt en het podium betreedt. ‘Ik zou van iedereen hier een antwoord willen hebben op de volgende drie vragen’, roept hij. ‘O god’, denkt Heemels. ‘Daar gaan we.’ Een week geleden heeft Wilders op een markt iets over Marokkanen geroepen. Nu gaat het opnieuw gebeuren. En het is voorbereid.

Vanochtend is hij om half zeven opgestaan. Duf van de kalmeringspillen. Trillend heeft hij uit een van de cd-hoesjes een envelopje met wit poeder voor zich neergelegd. Niet één lijntje, maar een paar achter elkaar. Omwakker te worden. Uit de koelkast heeft hij twee halve liters Heineken gepakt en in zijn werktas gedaan.

‘Willen jullie meer of minder Europese Unie?’, vraagt Wilders aan de zaal. ‘Minder’, schreeuwen de mensen. Heemels weet dat Wilders zichzelf wil overtreffen vanavond. ‘Geert wist dat hij goud in handen had’, vertelt hij nu. ‘Die week zijn er meerdere gesprekken geweest. Bij één was ik aanwezig. In de kamer zaten Geert, ik, en in ieder geval Sietse Fritsma, Martin Bosma en Paul Belien, zijn tekstschrijver. Toen is besloten: dat gaan we doen. Hij wist dat hij zo in het nieuws zou komen. Er zijn die week verschillende versies geweest van de tekst. Er was niet veel discussie. Als Geert iets zegt, wordt hij niet tegengesproken.’

Vanochtend heeft hij op weg naar Den Haag in de auto de twee blikken bier opgedronken. Eindelijk rust. Om kwart over acht is hij de kiosk naast de Tweede Kamer binnengelopen. Ongezien heft hij nieuwe halve liters en wodka-mixen in zijn tas gestopt voor de rest van de dag. Bij de kassa kenden ze hem, zo deed hij het elke dag. Twee liter bier, twee liter sterk.

‘Willen jullie meer of minder Partij van de Arbeid?’, roept Wilders. ‘Minder’, scandeert de zaal. De hele dag door heeft Heemels gewerkt. Verzoeken van Wilders uitgevoerd, telefoontjes beantwoord, journalisten te woord gestaan. Tussendoor heeft hij gedronken. Gesnoven. Kauwgum gekauwd om alles te verbergen. ‘Willen jullie, in deze stad en in Nederland, meer of minder Marokkanen?’, roept Geert Wilders. ‘Minder’, juicht het publiek. ‘Minder! Minder!’ Alert kijkt Heemels naar de journalisten die achter een touw staan te dringen. Wilders stapt van het podium. ‘Wie eerst?’, vraagt hij. Heemels gebaart naar de NOS. ‘Het was een van de weinige momenten dat ik me gewaardeerd voelde als woordvoerder’, zegt hij achteraf. ‘Hij had me op dat moment keihard nodig. Hij vertrouwde op mij.’ Na de interviews vertrekt de PVV-leider. Heemels kijkt hem na. Wilders zal voor zijn uitspraken worden vervolgd. Maar wat niemand ziet, is hoe verdoofd zijn woordvoerder daar rondloopt. ‘Als een zombie’, zegt hij zelf.

Geen excuus

Michael Heemels (35) zit bij de Volkskrant in Amsterdam. Hij is mager, zijn blik is helder. Een half jaar geleden meldde hij zich bij justitie in Maastricht. In februari 2016 schreef hij een brief waarin hij de buitenwereld vertelde wat hij jarenlang verborgen had gehouden: hij stal volgens zijn eigen schattingen 110 duizend euro uit de PVV-kas en gebruikte die voor drank en cocaïne. De PVV schat dat hetom175.000 euro gaat. Binnenkort staat Heemels voor de rechter. Hij verloor zijn baan, zijn ouders, vrijwel alle vrienden en moest zijn huis uit. Hij zat in een afkickkliniek. Na maanden ging ook zijn vriendin bij hem weg. Eén keer wil hij vertellen wat er is gebeurd: hij wil opnieuw beginnen, een verklaring geven. Laten zien hoe hij de laatste jaren binnen de PVV een bijna ondraaglijke druk voelde van Wilders. En hoe hij bleef gaan – verdoofd door angstaanjagende hoeveelheden alcohol en cocaïne. ‘Verslaving is een ziekte’, zegt hij. ‘Maar dat is geen excuus. Dit moet geen stuk worden over hoe zielig ik ben. Ik heb dat spul zelf door mijn lijf gejaagd. Als PVV’er ben ik altijd streng geweest voor iedereen die liep te graaien. Dus laat ik duidelijk zijn: wat ik heb gedaan, dat mag niet. Het is goed dat ik me voor de rechter moet verantwoorden. Ik schaam me er diep voor. Ik had met mijn poten van dat geld af moeten blijven.’

De Volkskrant sprak Heemels vier keer, in totaal negen uur. Zes maanden lang was hij nuchter. In die periode vonden de eerste drie gesprekken plaats. Daarna kreeg hij een terugval, waarvoor hij nu wordt behandeld. Dit interview is zijn verhaal, dit is hoe hij terugkijkt. ‘Het komt uit mijn hart’, zegt hij. ‘Ik wil niet meer liegen – dat heb ik te lang gedaan.’ De krant had inzage in honderden mails van Wilders, die zijn relaas over de hoge werkdruk ondersteunen. Ook sprak de Volkskrant met zes voormalige PVVcollega’s die bevestigen hoe het er binnen de partij aan toegaat. Op Heemels’ arm staat een tatoeage. Op een van zijn moeilijkste momenten kreeg hij bericht van de familie van een Amerikaanse soldaat wiens graf uit de Tweede Wereldoorlog hij had geadopteerd in Margraten.

Never give up, schreven ze hem.

Februari 2009

Michael Heemels loopt het zaaltje in Waddinxveen binnen. Dadelijk zal hij hem voor het eerst ontmoeten. ‘Ik móést Wilders een keer zien’, zegt hij. Hij volgt het nieuws al heel zijn leven. Álles vreet hij. Journaals, nieuwszenders, achtergrondprogramma’s. In de pauze stapt hij op de politicus af. ‘Hé Geert’, zegt hij in het Limburgs. ‘Moog ich mit dich op de foto?’ ‘Een Limburger?’, zegt Wilders verrast. ‘Helemaal naar Waddinxveen?’ ‘Jazéker’, zegt Heemels. De foto heeft hij nog steeds. ‘Ik was als een kind zo blij’, zegt hij. Hij is 27 – een intelligente, onrustige, gevoelige jongen uit een ondernemersgezin – en heeft van alles gedaan: skileraar, vertegenwoordiger, animateur in vakantieparken. Nu volgt hij de lerarenopleiding Duits.

Augustus 2010

Hij is gevraagd voor het ‘PVV-klasje’, in aanloop naar de Provinciale Staten-verkiezingen. ‘Ik dacht: dat je daar zomaar ín komt. Wat zien ze in mij?’ Maar hij blijkt een talent. Een goed debater. Als de kieslijst wordt opgesteld, is hij pas drie keer geweest. ‘Tot mijn verbazing kwam ik op een verkiesbare plek.’ Hij wordt Statenlid in Limburg. ‘Ik dacht dat we daar samen aan iets moois zou kunnen werken. Maar vanaf de eerste dag werd duidelijk dat mensen alleen maar bezig waren met zichzelf. We waren nog niet beëdigd of er werd gedreigd met opstappen, afsplitsen. Mensen zeiden: ‘Ik wil gedeputeerde worden, anders ben ik weg.’ Er werd geschreeuwd, geruzied. Ik dacht: ‘in welke slangenkuil ben ik beland?’ Hij houdt zich gedeisd. PVV’ers beschrijven hem in die tijd als slim maar timide. ‘Ik was als een spons’, zegt hij. ‘Ik observeerde, zoog alles op.’ Dat ziet ook Laurence Stassen, de fractievoorzitter. ‘Ik werd haar vertrouwenspersoon.’ Hij drinkt dan al wel. Veel. ‘Ik was een avonddrinker’, zegt hij. ‘Om af te schakelen. In mijn hoofd gaat het altijd door. Mijn gedachten gaan heel snel, alle kanten op. Ik dronk tot ik me licht voelde zweven. Ik wilde niet dronken worden. Dat lichte roesje vond ik lekker.’

Januari 2012

Het is mis in de Limburgse fractie. Er is een oude mail uitgelekt van Statenlid Cor Bosman die Selçuk Öztürk, tegenwoordig voorzitter van DENK, uitmaakt voor ‘stuk uitgekotst halalvlees, gemaakt van Turks varken’. ‘Ik zat aan tafel met Laurence Stassen’, zegt Heemels. ‘Ze zei: Cor moet weg.’ Zelf kan hij het goed vinden met Bosman. ‘Ik was verbaasd en vroeg waarom; die mail was al een jaar oud. Maar ze zei: hij brengt de fractie schade toe. Ze had opdracht van Geert hem eruit te zetten.’

De volgende dag stemt de voltallige fractie Bosman weg. Meteen daarna worden ze belaagd door journalisten. Eerst staat Stassen de media te woord, maar ze heeft geen verklaring. ‘Achter de schermen was ze alleen maar aan het huilen. Tegelijkertijd kregen we continu sms’jes van Geert: wat is dit voor een puinhoop? En: zorg dat het goed komt. Ik probeerde haar te kalmeren, maar ze kon niks meer. Dus ik zei: ik doe het wel.’ Ineens staat hij daar. ‘Ik deed alles op gevoel, wist totaal niet hoe het moest. Journalisten fileerden me. Maar ik heb die dag recht geluld wat krom was en ik was er goed in. Ik kwam geloofwaardig over. Maar ik was er kapot van. Het was gewoon niet eerlijk tegenover Bosman.’ Die dag verliest hij zijn vriend in de fractie. Vol adrenaline stapt hij ’s avonds in de auto, naar Duitse vrienden. ‘Net over de grens kocht ik bij een tankstation een paar halve liters. Ik had praktisch niets gegeten. Voordat ik Keulen binnenreed, was ik al dronken.’ Ziek van de drank komt hij aan. Zijn vrienden zijn in een uitgaansstemming. ‘Iemand zei: ‘Weet je wat jij moet doen? Pak even een lijntje, dan zijn de scherpe randjes eraf.’ Binnen een paar minuten voelde ik me weer goed. Ik dacht: wauw, dit moet ik onthouden.’

Happy few

In korte tijd ontwikkelt Heemels zich tot de golden boy van de PVV. Veelbelovend, jong, ad rem. Collega’s beschrijven hoe hij komt bovendrijven: hij heeft inzicht, is een streber en zet zaken makkelijk op scherp. ‘Hij heeft politiek veel talent en de capaciteiten om tot de happy few te behoren’, zegt Bosman, ondanks het verraad. ‘Ik ontdekte vrij snel hoe ik de media kon bespelen’, zegt Heemels. ‘Ik wist: als ik dit zeg, dan sta ik een halfuur later op de site van De Limburger. ‘Soms zette ik het net even wat harder aan, verzon ik quotes als: het is een kwestie van geduld voordat heel Limburg Arabisch lult – ja, daarmee kom je wel in De Telegraaf. Heerlijk.’ ‘Geert waarschuwde wel dat ik niet te veel op zijn thema’s moest gaan zitten. Eén keer twitterde ik bij een foto van een man die van het WTC springt dat het me daarom niets kon schelen dat terroristen werden gemarteld. Geert belde nooit, maar ineens had ik hem ’s avonds aan de telefoon. Hij zei: wat is er aan de hand, ik word gek, haal het eraf. Ik had die avond zoveel gedronken dat ik mezelf niet onder controle had.’

Hij werkt hard. De facto is hij dan al fractievoorzitter, een functie die hij later officieel krijgt als Stassen delegatieleider in het Europees Parlement wordt. ‘Feitelijk runde ik de PVV Limburg in m’n eentje’, zegt hij. ‘Ik durf te stellen dat in de eerste vier jaar vrijwel alle moties, beleidsvoorstellen en spreekteksten van mijn hand waren. Ook al staat er misschien een andere naam onder. Mijn collega’s wisten veel van hun dossiers, maar er kwam niets uit hun handen. Ik zei altijd: ik doe het wel.’ In Limburg wordt hij vaak herkend. ‘Hé Heemels’, roepen de mensen. ‘Ik zag je op tv. Goed gedaan, jongen.’ Mooi vindt hij dat, die aandacht. Hij zoekt het op. Tegelijk is hij doodsbang omfouten te maken. Altijd is hij nerveus, voelt hij druk. Hij wil het graag goed doen. En nu heeft hij ook nog het gevoel dat hij er alleen voor staat. Steeds vaker neemt hij cocaïne. Vijf pakjes per week –à 50 euro- die hij koopt in het nachtleven. Alcohol maakt hem rustig, coke houdt hem scherp.

April 2012

Heemels kijkt naar het bankpasje in zijn hand. Er is een acuut probleem: hij is zijn baan kwijt. Tot nu toe was hij Statenlid én medewerker van de fractie. Maar die laatste, beter betaalde baan moet hij opgeven vanwege kritiek in de media op zijn dubbelfunctie. ‘Mijn inkomen daalde van 2.330 naar 980 euro in de maand.’ Het pasje is van de PVV. Hij is de penningmeester. ‘Ik stond daar bij die pinautomaat’, zegt Heemels. ‘En ik had helemaal niets meer. Nog geen euro.’ Hij twijfelt. ‘Ik moest bijna plassen van de zenuwen. En toen dacht ik: kom, het is maar 100 euro, volgende maand stort ik het terug.’ Al na een paar dagen pint hij opnieuw. En opnieuw. Hij betaalt er zijn drank mee. Coke. Alles eigenlijk. ‘Telkens zei ik tegen mezelf dat ik het snel terug zou betalen. Ik verwachtte dat ik snel weer een baan zou hebben. Mijn schuldgevoel drukte ik weg met drank. Even later was ik dan gekalmeerd. Dan dacht ik: ja, shit, wat moet ik anders? ‘Ondertussen solliciteerde ik me scheel. Ik had altijd gemakkelijk werk gevonden, nu kreeg ik afwijzing na afwijzing. Blijkbaar lag het gevoelig dat ik een bekende PVV’er was.’ Maanden gaat het zo door. Het bedrag loopt steeds verder op. ‘Ik was wanhopig. Ik had geen geld en ik kreeg het niet opgelost. Ik kon ook niet meer stoppen als Statenlid: dan zou meteen duidelijk worden dat het geld weg was. Ik begon steeds meer te gebruiken. Zo veel dat het me allemaal niets meer uitmaakte.’

‘Als iemand toen de rekening van de PVV Limburg had bekeken, had hij het meteen gezien. Mijn boodschappen bij Albert Heijn pinde ik met dat pasje. Maar niemand keek. Er wás geen kascontrolecommissie, zo amateuristisch zat het in elkaar. Ik verdoezelde niets, ik nam gewoon geld op uit de reserves van de partij. Bij jaarlijkse controles door de Provincie is er niet één keer naar een bankafschrift gevraagd.’

Hij mailt Wilders dat hij ‘tegen zijn financiële grenzen’ aanloopt. Hij dreigt op te stappen als Wilders hem niet helpt. Een slim argument: Wilders heeft hem nodig in Limburg, omdat hij er alles bij elkaar houdt.‘Maar Geert zei telkens dat er geen vacatures waren.’ Een jaar later komt het telefoontje. ‘De persvoorlichter stopt’, zegt het hoofd personeelszaken. ‘En Geert wil dat jij het doet.’ Hij zit dan diep in de schulden. Hij bezoekt een psycholoog, maar dat loopt op niets uit. Eigenlijk heeft hij net een baan geaccepteerd als vertegenwoordiger in schoonmaakproducten. Dat Wilders hem nu toch wil, streelt hem. En hij besluit het te doen.

November 2013

Nu zit hij in het centrum van de macht. Als rechterhand van Wilders. ‘Geert wist dat hij me kon vertrouwen. Ik zat op zijn lijn. Alleen de meest loyale mensen laat hij toe tot zijn inner circle. ‘Ik had geen enkele ervaring in de journalistiek. Ik werd hooguit twee weken ingewerkt, kreeg geen mediatraining, niets. Maar ik dacht: als ik mijn tanden erin zet, komt het wel goed. Ik ben altijd een vechtertje geweest.’ Zijn kamer is naast die van Wilders. Zomaar binnenlopen kan niet: veiligheidsredenen. Ook andersom gebeurt dat niet. ‘Als hij al binnenkwam, dan was er stront aan de knikker.’ Wilders communiceert via mail, Whatsapp en sms. ‘Zijn vragen waren commando’s. Als hij iets wilde, stuurde hij een mail. Daarop moest ik bevestigen met ‘ok’. Als ik dat niet deed, kreeg ik binnen een halve minuut een appje: ‘zie mail’. Als ik dan nog niks deed, kreeg ik een sms: ‘waarom reageer je niet?’ Als het dan weer te lang duurde, werd ik gebeld door de secretaresse. Zelf belde hij bijna nooit.’

Heemels heeft een eigen kantoor. De deur is dicht, net als bij andere PVV-medewerkers. ‘Ik werd niet geacht contact te hebben met collega’s. Als hij dat merkte, zei hij: je bent mijn medewerker, je werkt voor mij, ik wil niet dat in gesprekken informatie wordt uitgewisseld. Ik zag natuurlijk wel mensen bij de koffieautomaat, maar dan hielden we het oppervlakkig. Je zei gedag, dat was het.

‘Uitgebreid lunchen met elkaar was ook niet de bedoeling. Dan kwam er commentaar. Hij is heel achterdochtig. Dan zei hij: ‘ik moet je kunnen vertrouwen, anders stap je maar op. ‘Als de secretaresse belde dat Geert je wilde zien, moest je alles uit je handen laten vallen en naar zijn kamer komen.

Daar zei hij meteen wat hij wilde. Soms wilde hij weten hoe hij vandaag op tv kon komen. Binnen een kwartier moest ik dan met een idee komen.’

‘Geert wilde alles nú hebben’, zegt Heemels. ‘Hij wilde meteen als eerste kunnen reageren, er bovenop zitten.’ Zijn werk bestaat uit nieuws volgen, uitzoeken, verzamelen, rangschikken, updates bijhouden. ‘Elke dag wilde hij omhalf negen een compleet overzicht van de artikelen uit alle nationale en internationale kranten – van Wall Street Journal tot Haaretz – over terrorisme, islam, integratie, veiligheid, IS. Geprint.

‘Soms drukte ik iets niet af, omdat ik het niet belangrijk vond. Dan stuurde hij een woedende mail. ‘Je moet alles lezen, niet alleen de koppen’, zei hij dan. Als ik zei dat het onmogelijk was ombinnen een uur twintig kranten te lezen, zei hij: dan begin je maar eerder.’

‘Het woord ‘nu’’, zegt Heemels, ‘heeft voor mij een andere lading gekregen. Om half zeven ’s ochtends stuurde ik het grootste nieuws al door, anders kreeg ik dan al op mijn kop.’ ‘Als ik iets verkeerd deed, belde de secretaresse dat ik bij Geert moest komen. ‘Wat is dit voor broddelwerk’, zei hij dan. Als ik er iets tegen inbracht, zei hij: ‘Smoesjes, je hebt altijd smoesjes.’ Hij veegde echt de vloer met me aan in zo’n gesprek. Ik moet altijd lachen in dat soort situaties, misschien van de zenuwen. Werd hij ook heel boos over. ‘Dit is niet om te lachen’, zei hij dan. ‘Sta daar niet zo als een dom schaap. Ga maar naar buiten.’ Dan kon ik gaan.’

Uit mails van Wilders blijkt dat hij vrijwel nooit tevreden is. ‘Ik weet dat ik regelmatig werk afleverde waar meer in had gezeten’, zegt Heemels. ‘Ik werkte echt heel hard, maar het was standaard niet goed. Hij wilde de zaken altijd sneller. Hij vroeg vaak bijna het onmogelijke, ging altijd net over de grens van wat ik aankon. Soms flanste ik maar wat in elkaar.’

De kritiek heeft geen gevolgen voor zijn loopbaan: zijn contract wordt twee keer verlengd met een jaar. ‘Ik weet dat anderen net zo op hun kop kregen als ik’, zegt Heemels. ‘Iedereen werd zo behandeld. De Kamerleden werden ook gewoon als hondjes opgetrommeld. Allerlei mensen hebben ziek thuis gezeten: de secretaresse, de tekstschrijver. Ik hoorde Geert in de kamer naast mij geregeld zijn stem  verheffen.’

‘Soms werd ik bij Folkert geroepen, het hoofd personeelszaken. Die zei dan: ‘Je weet hoe hij is, probeer het de volgende keer beter te doen. Ga niet in discussie.’ Als Geert een slechte bui had, zeiden de tekstschrijver en ik soms tegen elkaar: nou, het gaat weer lekker, hè? Maar daar bleef het bij. Het was not done om daar over te praten. Het was ieder voor zich daar.’ Zes voormalige PVV-collega’s bevestigen dat de druk onder Wilders extreem hoog is, met name voor voorlichters. Drie van hen bevestigen dat meerdere mensen langdurig ziek waren of zijn vertrokken vanwege de druk. Ze vertellen ook dat de huidige senior persvoorlichter momenteel voor de derde keer overspannen thuis zit.

‘Ik werd ook ingezet voor beleidswerk’, zegt Heemels. ‘Ik moest bijvoorbeeld meeschrijven aan stukken voor Prinsjesdag over terreurdreiging. Ik ben geen domme jongen, dus ik las me in. Maar ook dat was een race tegen de klok. Ik voelde me een Duracell-konijn: voortdurend onder hoogspanning. ‘Diep van binnen dacht ik vaak: val dood. Toch zocht ik ook altijd de schuld bij mezelf. Dan dacht ik: had ik nog geconcentreerder kunnen zijn? Ik wilde presteren, voelde me loyaal aan hem. Daardoor raakte ik zo gestrest, gefrustreerd en uit balans dat ik steeds meer ging gebruiken.’

Hij drinkt stiekem, op zijn kamer naast die van Wilders, met het raam open. Telkens zet hij een nieuw blikje neer achter de printer – onzichtbaar. ‘Met drank gleden de opmerkingen –woefff – van me af. Ik werd er onverschillig van. Door de alcohol ging ik slechter functioneren, werd ik langzamer, kon ik me minder goed concentreren. Maar na een lijntje was ik weer scherp. Dan kon ik verder.’

Puin ruimen

Al die tijd heeft hij nog een tweede, veeleisendebaan: fractievoorzitter bij de Provinciale Staten Limburg. ‘Geert zei dat ik niet geloofwaardig was als ik in Limburg opstapte, maar ik moest bedelen om erheen te mogen. Hij vond dat ik in Den Haag moest blijven. Dus deed ik het ’s avonds. Twee keer per week stapte ik na mijn werk nog in mijn auto om in Limburg puin te ruimen. Vaak was ik pas ’s nachts half twee terug. ‘Geert wist dat ik daarheen ging. Maar onderweg bleef het maar komen. Mails, appjes, sms’jes: doe dit, kijk dat na, zoek dat uit. Ik heb alle parkeerplaatsen en tankstations van Nederland honderden keren gezien. Daar zat ik in het donker met mijn laptop op schoot in de auto snel nog een persbericht te versturen of iets voor hemuit te zoeken.’

‘Ondertussen was ik een gevaar op de weg. Met heel veel bier en heel veel coke zat ik achter het stuur. Ik had snelheidsbekeuringen bij het leven omdat ik alleen maar aan het jagen was. Ik heb zo vaak met buikpijn in die auto gezeten en mezelf voorgenomen ermee te kappen.’ Maar hij zit klem. Als hij opgeeft in Limburg, moet hij het penningmeesterschap overdragen en komt het bedrog uit.

Nu, spoed, meteen

De mails van Wilders laten zien hoe de PVV-leider permanente beschikbaarheid eist van zijn medewerker. Nu, spoed, meteen, snel: die woorden staan in praktisch elke mail. Hij deelt commando’s uit, tot laat in de avond. Over de spelling van het woord gelukszoeker: ‘Doe het zoals ik het zeg en heb getweet of laat Karen het doen nu!’ Over een persbericht dat hij niet binnen 10 minuten schrijft: ‘Duurt te lang Michael veel te lang heb al getweet.’ Over een interviewverzoek van Jinek: ‘Dat heb je al paar keer eerder gezegd Michael je weet dat ik daar niet heenga dus snap niet dat je het blijft vragen ik zeg niet voor niets nee.’ Als Heemels’ 8-jarig neefje is overleden: ‘Gecondoleerd. Natuurlijk kan je gaan maar het is de laatste week van het reces er kan veel gebeuren politiek deze week dus als je vooraf en achteraf nog even naar kantoor kan komen dan graag. Sterkte.’

Zijn toon verandert alleen als het over de nieuwste iPhone gaat. Of over de serie Homeland, die Heemels voor hem downloadt. ‘Jippie!!!’ mailt Wilders. Hoewel Heemels persvoorlichter is, kan hij weinig met journalisten. ‘Mijn taak was vooral hen weg te houden. Gerespecteerde media belden vaak hijgerig of ze alsjeblieft een quootje mochten van Geert. Jeetje jongen, dacht ik dan, je hebt toch wel een beetje zelfrespect.’ Bij verzoeken van DWDD, Pauw, de Volkskrant of NRC is Wilders resoluut: ‘Negeren! NRC kan het vinkevet krijgen.’ Anderen krijgen uiterst korte interviews. ‘De vragen wilden we tot achter de komma weten. Als journalisten dat niet wilden, dan niet. ‘Ik weet oprecht niet hoe Geert het zelf allemaal volhoudt. Hij werkt maar door. Ik was elke dag bang dat ik alles kwijt zou raken als ik gepakt werd: mijn baan, mijn relatie, mijn familie. In het laatste halfjaar zagen een paar collega’s me drinken. Ik vertelde dat ik een moeilijke periode had. Ik noem geen namen – ze werken er nog–maar drie, vier van hen wisten het. Ook van de coke. Ik weet niet of Geert het wist of dat hij dacht: zolang hij functioneert, vind ik het best.

‘Ik had vier, vijf dealers in Den Haag. Ik liet de cocaïne leveren tot in de garage van de Kamer. Op het laatst gebruikte ik 5 gram per dag.’ Enorme hoeveelheden: veel gebruikers hebben genoeg aan een halve gram per avond. ‘Zelfs dealers vroegen soms of het allemaal voor mij was.’

Tot het eind staat hij in nauw contact met Wilders. Hij zegt de werkdruk meermaals te hebben aangekaart. ‘Dan zei Geert: dan neem je toch ontslag? Het interesseerde hem geen fuck. Ik gun het hem niet dat ik daar boos en verdrietig over ben. Dat zou te veel eer zijn. Hij is ijskoud. Ik verwacht dat hij niet op mijn verhaal zal reageren. Dat hij alles negeert. Of hij zegt dat hij van niks wist, dat het onacceptabel is wat ik heb gedaan en dat ik natrap.’

Inderdaad wil Wilders, ondanks herhaaldelijk verzoek, niet op Heemels’ verhaal reageren. ‘Ik ben nog steeds rechts georiënteerd. Ik sta achter de standpunten van de PVV. Maar ik zie wel dat het steeds extremer wordt. Er is steeds minder inhoud, alles draait om Geert, om zijn onemanshow. De drang om het nieuws te halen is groter dan om iets te veranderen. Je moet proberen uit te leggen hoe je dingen wilt bereiken. Dat partijprogramma op een A4’tje, dat is gewoon schandalig voor potentieel de grootste partij van Nederland.’

Januari 2016

Het is Laurence Stassen die hem verraadt, stelt hij. ‘Zij stapte met dit verhaal naar de krant.’ Stassen weigert commentaar. Eind januari publiceert NRC Handelsblad een stuk waarin staat dat er grote bedragen zijn verdwenen bij de PVV Limburg. ‘Ik wist het nog even op te houden door te zeggen dat ik het onderzoek met vertrouwen tegemoet zag. Maar ik wist: dit is het. Geert gaf me toen nog het voordeel van de twijfel. Ik vertelde hem dat Limburg weer eens lastig deed. Jeetje, zei hij, stelletje klootzakken.’

Niet veel later meldt hij zich ziek. ‘Waar ben je? Kom naar kantoor svp er is veel te doen’, appt Wilders. Heemels reageert niet. ‘Ik negeerde alles. Ook Geert.’ Een paar dagen later komt er weer een appje. ‘Kom als het kan ok vandaag het is nu echt cruciaal Michael dat we elkaar persoonlijk spreken.’

Februari 2016

In anderhalf jaar tijd is hij 22 kilo afgevallen. Vannacht heeft hij voor zich uitgestaard.Hij heeft zich opgesloten op zijn kamer. Gedronken, gesnoven en xtc genomen. Dagenlang. ‘Ik wist niet meer hoe verder.’ Zijn vriendin heeft huilend gevraagd wat er is, maar hij heeft haar niet binnengelaten. ‘Liefje’, heeft hij gedacht, ‘je moest eens weten.’ ‘Laat me met rust’, heeft hij gezegd. ‘Je hebt geen idee wat er aan de hand is.’ Hij heeft het voor iedereen verborgen gehouden, ook voor haar.

Nu rijdt hij naar Herkenbosch, zijn geboortedorp in Limburg. Daar woont de enige tot wie hij zich nog durft te wenden. Hij belt aan bij de pastoor. ‘Hoe gaat het met je?’, vraagt de man. ‘Niet goed’, zegt Heemels. Voor het eerst bekent hij wat hij heeft misdaan. Hij vertelt dat het veel erger is dan er in de krant staat: het bedrag dat hij heeft gestolen is ruim over de ton. ‘Dit wordt een lange weg’, zegt de pastoor. ‘Hij vroeg waarom ik niet eerder hulp had gezocht. Ik zei dat ik dat niet wist. Eigenlijk realiseer ik me nu pas dat ik heel ziek ben. Ik heb lang gedacht dat verslaving iets voor zwakkelingen was, voor sukkels. De pastoor zei: het enige wat je nu kunt doen, is eerlijk zijn.’

‘Beste Geert’, zo begint zijn mail in februari 2016. ‘Ook al heb jij het mij regelmatig moeilijk gemaakt om mijn functie in Limburg goed uit te voeren, nooit ben ik jou afgevallen’, schrijft hij. ‘Jarenlang heb ik vol overtuiging alles gegeven voor jou en de partij. Ik heb hierin mijn grenzen van belastbaarheid ver overschreden en ben verkeerd omgegaan met de werkdruk, stress en media aandacht. Hierdoor heb ik binnen de fractie ook financiële misstappen begaan. Iets waar ik mij diep voor schaam en wat mij enorm spijt.’ Hij neemt geen ontslag. In een persbericht benadrukt hij dat hij stress en werkdruk ‘niet als excuus aanvoert maar louter als verklaring’.

Twee uur later volgt een antwoord. Het is het hoofd personeelszaken. ‘We zijn voornemens om jou te ontslaan op staande voet’, appt hij. ‘Als je hierop wilt reageren, dan graag voor morgen 13.00 uur. Groet. Folkert.’

Het is het laatste wat hij van iemand van de PVV heeft gehoord. Later wordt inderdaad zijn contract beëindigd.

Toelichting van de makersTerug naar alle verhalen
 
Huib Modderkolk (34) is sinds 2015 onderzoeks-journalist bij de Volkskrant, waar hij voornamelijk schrijft over geheime diensten, tech, data en privacy. Over die onderwerpen geeft hij ook geregeld commentaar bij De Wereld Draait Door. Het afgelopen jaar schreef hij onthullende verhalen over de beveiliging van Geert Wilders en de werkwijze van de AIVD. Eerder werkte Modderkolk voor NRC Handelsblad. In 2014 werden zijn verhalen over de Nederlandse NSA-onthullingen (met Steven Derix en Floor Boon) genomineerd voor de Tegel en de Loep. Hij studeerde politicologie en journalistiek op de UvA. maudMaud Effting (45) schrijft voor de Volkskrant vooral over de zorg, met speciale aandacht voor euthanasie, palliatieve zorg, oncologie en ggz. Ze is gespecialiseerd in persoonlijke verhalen, vaak over misstanden in de zorg. In 2014 werd ze samen met Anneke Stoffelen genomineerd voor de Tegel voor hun stuk over de zelfmoord van huisarts Tromp. Eerder werd ze ook al genomineerd voor een interview met een Nederlander die door FARC was gegijzeld. Voor haar artikelen over het ongeluk met een toestel van Turkish Airlines won Effting in 2010 de PDL-Persprijs, voor ‘objectieve, complete en vooral begrijpelijke journalistieke berichtgeving op het gebied van luchtvaart’. Momenteel doet ze samen met Willem Feenstra onderzoek naar misbruik in de sportwereld.
Waarom dit verhaal? De grote kracht van verhalende journalistiek, zoals eerder geformuleerd door deze stichting, is het ontsluiten van een nieuwe wereld, en dat doet dit verhaal als geen ander. Te beginnen met de ijzersterke openingsscène: een blik achter de schermen bij het spraakmakendste politieke moment van de afgelopen jaren, de ‘Meer of minder?’- speech van Geert Wilders. Het onderwerp biedt een prettige mengeling van politiek en rock-‘n-roll: de gevallen oud-woordvoerder van de PVV vertelt over zijn verwoestende coke- en drankverslaving en de strenge en stressvolle partijpolitiek. De verslaggevers hebben dit zo opgeschreven dat deze tell-all-biecht leest als een strak gecomponeerde thriller, een spiraal verteld vanuit het perspectief van Heemels: samen met hem gaat de lezer naar rock bottom. Behalve gevoel voor plot en stijl getuigt dit verhaal ook van groot journalistiek vernuft en zorgvuldigheid. Eerst werd Heemels’ vertrouwen ingewonnen, daarna moest zijn relaas gecheckt en dichtgetimmerd worden. Het resulteert in een buitengewoon sterk journalistiek verhaal, even smeuïg als relevant.
Toelichting van de makers Toen hij in februari 2016 een persbericht verspreidde, was PVV-voorlichter Michael Heemels in één klap alles kwijt. Hij biechtte op dat hij meer dan 100 duizend euro van de PVV had gestolen en dat hij aan een jarenlange drugs- en alcoholverslaving leed. Hij werd ontslagen, zijn collega’s spraken niet meer met hem, zijn ouders niet. Maanden later verliet ook zijn vriendin hem. Lees meer
Toelichting van de makersTerug naar alle verhalen