Gerard van Westerloolezing

Dit was de Gerard van Westerloolezing 2025

Hij is de eerste Nederlander die spreekt op de Gerard van Westerloolezing. Toen hij zijn voorgangers Googelde, zag hij journalisten van The New Yorker en Pullitzer Prijs-winnaars. Geen slecht lijstje, dacht Rasit Elibol. Maar hij kon de gedachte niet bedwingen dat hij alleen gevraagd is omdat hij een migratie-achtergrond heeft. “Ik zeg het maar eerlijk: dat was het eerste wat ik dacht”, vertelt hij. Het is ook een van de grote thema’s in zijn boek Vuistslagen. “Ook al word je om je werk gevraagd, op basis van je plek in de beroepsgroep – toch sluipt die vraag naar binnen, waarom ik?” Maar, vervolgt hij: moeten we het daarom maar laten? “Natuurlijk niet, zou ik willen zeggen. Er zijn nog genoeg herstelwerkzaamheden te verrichten.”

In de lezing reflecteert Elibol op de staat van de verhalende journalistiek in Nederland. Hij ziet het steeds vaker als trucje gebruikt worden. “Of het nu een onderzoek, een reportage of een persoonlijk verhaal is: bijna alle stukken worden precies hetzelfde opgebouwd. Het is leuk als je een onderzoek begint met een scène, maar waarom verzandt het in een rechttoe rechtaan onderzoeksverhaal?”

Het geheim van Urk
Als voorbeeld van een ijzersterke opening haalt Elibol ‘Het geheim van Urk’ aan, een verhaal dat Van Westerloo samen met Elma Verhey in 1977 publiceerde. Het is een portret van de visserij in Urk, dat de verrassende samenhang laat zien tussen het geloof van de Urker vissers en de dubbele boekhouding die ze hanteren. Elibol citeert de openingsscene:

Aan de Urker haven kijkt een geïnteresseerde Engelsman naar de gesaneerde boten. Hij vindt het prachtig: UK op iedere boeg. ‘Nee meneer’, zegt een Urker, ‘Die letters staan niet voor United Kingdom. Ze staan voor Uncrowned Kings.’ Zo voelen de Urkers zich: de ongekroonde hoofden van de Nederlandse zeevisserij. 

Elibol: “Het is precies wat een goede opening kan doen: met een klein, bijna luchtig voorval een veel groter, complexer verhaal voorbereiden.” Zonder het expliciet te maken, geeft de scene op subtiele wijze het thema van de reportage weer. De Urker die de Engelsman met een mengeling van trots en humor corrigeert geeft op subtiele wijze het thema van de reportage weer.

Durf te schrijven alsof er geen mal bestaat
Elibol doet een vurige oproep voor de verhalende journalistiek in optima forma. “We hoeven niet te stoppen om stukken te beginnen met een scène, citaat of mooie observatie. Maar we moeten ze weer gaan gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn: om een verhaal te vertellen, en niet om een sjabloon te vullen.”

“Verhalende journalistiek is een vorm die lef vraagt. Lef om te zoeken naar een eigen ingang, lef om een structuur te kiezen die past bij het verhaal. Lef om de lezer niet te verleiden met een scene die je daarna niet waarmaakt.”

“Durf te kiezen voor de vorm die het verhaal verdient. Durf te schrijven alsof er nog geen mal bestaat. Want als wij blijven vertrouwen op onze nieuwsgierigheid, onze eigen blik, ons vakmanschap, dan wordt verhalende journalistiek weer wat het zo aantrekkelijk maakt: iets wat je niet herkent aan de structuur, maar aan het feit dat je ineens klaar bent met het verhaal.”

Foto’s: Romain Beker